Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Ik lig te woelen in mijn graf,
Maar kan de dood niet vatten.
Ik wacht het niet meer langer af,
En neem de kuierlatten.

Een zwoele nacht met volle maan,
Wel duizend sterren blinken.
Daar komt een oud-collega aan,
Ik kan zijn bloed wel drinken.

Het liefste drink ik maagdenbloed.
Maar dat is niet voorhanden.
Dus doe ik mij aan hem tegoed
En eet met lange tanden.

De hele nacht door heb ik trek
Ik moet mijn honger stillen.
Ik bijt een jogger in haar nek
Nog voordat ze kan gillen

Na drie verliefde stelletjes
Een rat en een bejaarde,
Vind ik het wel weer welletjes
En kruip ik in de aarde.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Nazomer (villanelle)





De blaadjes zijn nog altijd aardig groen
en lijken niet te denken aan vergelen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

De bloesem werd een peer of een citroen.
De rijpe kersen glanzen aan hun stelen.
De blaadjes zijn nog altijd aardig groen.

Je ziet het laatste jonge waterhoen
met uitgebloeide waterlelies spelen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

Nog één keer vrijen in het stadsplantsoen,
nog één keer onbespied elkander strelen:
de blaadjes zijn nog altijd aardig groen.

Nog gauw het strand op zonder wandelschoen,
voordat de kust de winterstorm moet velen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

Het loopt tegen het eind van het seizoen;
dat kan de laatste warmte niet verhelen.
De blaadjes zijn nog altijd aardig groen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

Koop koop koop