Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Nog altijd groeit de bonte lijst van namen
In marmer en herinnering gekerfd
En brengt de Dood, die nieuwe leden werft,
Ons in en in bedroefd rond groeven samen.

Wij kunnen onze levensduur niet ramen
En zien ons meer omringd met wat men erft
Van vrienden en familie die men derft,
Omdat zij niet hun barre lot ontkwamen.

De Tijd leert onze tranen te verdringen,
Maar blijvend zijn gevoelens van gemis;
De Dood slaat wonden die de Tijd niet heelt.

Wij blijven achter met herinneringen.
Die zijn soms mooi, maar – weet je wat het is?
We hadden ze zo graag met hen gedeeld.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Drs. P overleden 7

De weg naar Omsk

De weg naar Omsk kan lang zijn maar er komt een einde aan
Dus op den duur ziet iedereen het plaatsnaambordje staan
En boven bij dat bordje daar hangt ook een soort van doek
Waarop het woordje finish staat, je doet het in je broek

Maar om nog even om te draaien ben je veel te moe
Je strompelt of je kruipt desnoods er uitgeput naartoe
En bij dat doek ontmoet je dan een kerel met een zeis
Die mager is en bovendien behoorlijk eigenwijs

Hij tilt dat scherpe ding terwijl hij grijnslacht dreigend op
Hij heeft geen oren dus al zeur je nog zo aan zijn kop
Je kunt hem niet vermurwen want hij luistert niet naar jou
Hij slaat je vrij hardhandig en je laatste kreet is: “Au!”

Dan kom je in het dodenrijk, daar blijkt het niet echt pluis
Je krijgt er niets te eten en je hebt niet eens een huis
Er is geen bal te doen dus je verveelt je echt kapot
En niemand zegt: “Hallo, wees welkom hier. Ik ben het, god.”

Dit lot dat wacht eenieder, ook wie doctorandus is
Met niemand sluit die kerel met die zeis een compromis
Al kun je aardig rijmen en met taal goed overweg
Ook wie de mooiste teksten schrijft heeft aan het einde pech

Al ben je vijfennegentig en bovendien bekend
Al kom je ook uit Zwitserland en ben je eloquent
Wanneer de zeis gaat zoeven dan gaat zelfs jouw kop eraf
En daarna ben je eeuwig dood, dat blijkt een zware straf

Een schrale troost: op aarde leef je in je teksten voort
Zolang men jouw gedichten leest of liedjes van jou hoort
Zoals het fraaie ‘Dodenrit’ of anders ‘Heen en weer’
Jij komt niet meer terug maar wij genieten elke keer

Koop koop koop