De laan der lanen parelt zoute tranen
De bomen huilen zacht op het Voorhout
Couperus is in droef gepeins verzonken
Flaneur heeft net zijn glimlach afgezet

De Scheveningse zee smaakt ietsje zilter
Het Binnenhof is in zichzelf gekeerd
De ooievaars – pardon: de reigers zwijgen
En Haagse Harry vloekt wat binnensmonds

Een stad die rouwt om een verloren dichter
Sonnetten voelen zich een beetje wees
Er is een pen voor eeuwig neergelegd

Natuurlijk zal er veel hetzelfde blijven
Maar nu de dichter Daan er niet meer is
Lijkt alles in Den Haag zo ongerijmd

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Planeet der Waalven





Ver in’t heelal draait een planeet
Die de planeet der Waalven heet
De Waalf is een merkwaardig soort
Die tot het mensenras behoort

De Waalf is doorgaans zeer charmant
Maar heeft geen voor-en achterkant
‘Terug’ is Waalven onbekend
Hij gaat slechts heen, dat’s evident

Dat levert rust in het verkeer
Ze gaan slechts heen, en nimmer weer
Hun gang is traag, zo traag als stroop
Maar zonder heen- en- weergeloop

Hun vorst, dat is de Opperwaalf
Een jonge man nog, amper twintig of zoiets


(Hoewel dit gedicht niet meedong naar de wedstrijd op 'twaalf' te rijmen is hij toch te mooi om te laten liggen, red.)