Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Als tante kwam, begon ik vaak te beven,
want proper als mijn tante was er geen.
Afkeurend keek zij altijd om zich heen,
alsof ik in een zwijnenstal zou leven.

Haar vinger gleed vakkundig langs de lijsten
en kwam dan zwaar bezoedeld weer omhoog
waarna die wuivend voor mijn blik bewoog,
want wei... nee, niets voldeed aan haar vereisten.

En soms, na uren sloven, schrobben, sjouwen,
leek er geen enkel vuiltje aan de lucht,
dan slaakte tante toch een diepe zucht
en wees mij op de vegen op mijn mouwen.

O tantelief, zo proper en integer,
nu rest er niets van u dan stof en as.
Maar toen u uitgestrooid werd over 't gras,
greep ik werktuigelijk naar blik en veger.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ollekebollekes

Dreigende dijkdoorbraak
Water in Woltersum
Boertje van tachtig
Snapt niets van paniek:

 

Man, wat ain boudel die
Evacuoatiedraang
’t Stroomt ja al vartig joar
Onder de diek

 

Kiek noar de kosten man
Zaandzak en legerhölp
En dan die drökte
Op naais en swaartwit
 

Stop toch dai sinten in
Riepenverbeterplan’n
Ik blief hier zitten
Dou kriegst mie nait mit

 

Koop koop koop