
De Kamer lijkt bijzonder goedgemutst
Er wordt gegrinnikt en geginnegapt
Soms bozig naar de microfoon gestapt
Dan speelt men verontwaardigd of onthutst
In het verpleeghuis kijkt men het eens aan
Het lachen is ze daar allang vergaan.

Als jonge zoeker werd ik kloosterling,
En las godvruchtig boeken, hele nachten,
Totdat een monnik mij daar bruut verkrachtte,
Waardoor de lust voor godsdienst mij verging.
Toch vond ik ongemerkt, door al die pijn,
De kennis waar religies één in zijn.