Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

We zitten volop in verkiezingstijd;
men tracht de kiezers achter zich te scharen.
De speerpunt van het VVD-beleid,
gebracht door liberale steunpilaren
omzoomd door majorettes en fanfaren
geeft van een ongezonde zelfzucht blijk.
Paradepaardje van milieubarbaren:
met honderddertig op de afsluitdijk.

Wie zich erin verdiept heeft, weet geheid:
zo krijg je herrie en verkeersgevaren,
maar fijnstof , CO2 en roet ten spijt
verwerpt men keer op keer milieubezwaren.
Een Eerste-Kamermeerderheid vergaren,
daarvoor neemt het gezond verstand de wijk.
Ministers blijken strijdig als huzaren
voor honderddertig op de afsluitdijk.

Heel duidelijk blijkt in de stembusstrijd:
natuur is niet belangrijk om te sparen.
Het Oosterwold wil men nu heel gauw kwijt;
laat toch dat grote wild naar hekken staren!
Zo kun je twee gewenste doelen paren:
een keurig ingesloten dierenrijk
en rijkelijke steun van autotsaren
door honderddertig op de afsluitdijk.

O kroonprinses met ongekamde haren,
verras ons nou eens met een frisse kijk.
Bedenk iets mooiers in uw lat're jaren
dan honderddertig op de afsluitdijk.
 


Zaterdag 12 februari 2011: De VVD start de campagne voor de provinciale staten verkiezingen met de onthulling van een verkeersbord met als opschrift 130 door minister Melanie Schultz van Haegen zelf.
Dinsdag 1 maart 2011: 130 wordt de toegestane snelheid op de Afsluitdijk.
Woensdag 2 maart 2011: verkiezingen voor de provinciale staten
.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Vertalingen



Daar is-ie

Lente laat zijn blauwe lint
zwierig door de luchten zweven;
zoet-vertrouwde geuren geven
kietelend het land een hint.
Maarts viooltje droomt:
binnenkort ontluik ik.
– Hoor, van ver
een wijsje zacht en loom!
   Lente, daar ben jij!
Jou ja! voel en ruik ik.


Hatsjie

Lente laat zijn lauwe wind
grasduinend door velden zweven;
bloesemende bomen geven
kietelend mijn neus een hint.
Maarts viooltje droomt,
wil met hommels dollen.
— Voel alweer
zo’n snot- en tranenstroom!
   Lente, bah, hatsjie!
Jij weer met je pollen.


Er ist’s

Frühling lässt sein blaues Band
wieder flattern durch die Lüfte;
süße, wohlbekannte Düfte
streifen ahnungsvoll das Land.
Veilchen träumen schon,
wollen balde kommen.
– Horch, von fern
ein leiser Harfenton!
   Frühling, ja du bist’s!
Dich hab’ ich vernommen!

Eduard Mörike (1804-1875)

 

Koop koop koop