Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Mijn jeugd stond in het teken van geloven:
Het draaide altijd om de Heere God,
rechtvaardig heerser over ’t menslijk lot.
Ja, elke voetstap werd bestierd van boven.

Gods Zoon kwam terug vanuit de dodengrot,
nu hoeven wij niet naar de helle-oven.
Niets kon mij van die zekerheid beroven;
onwankelbaar was mijn geloven tot

een vreselijke ruzie ertoe leidde
dat ik besloot om Godloos door te gaan.

Al zat er eerst nog wel wat twijfel bij, de
beslissing heeft mij altijd goed gedaan.

Maar steeds verwacht ik nog te allen tijde
de deurbel en dat God er dan zal staan.




Dit gedicht was bij de beste 8 van de autobiografische sonnettenwedstrijd. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tante Proper



Als tante kwam, begon ik vaak te beven,
want proper als mijn tante was er geen.
Afkeurend keek zij altijd om zich heen,
alsof ik in een zwijnenstal zou leven.

Haar vinger gleed vakkundig langs de lijsten
en kwam dan zwaar bezoedeld weer omhoog
waarna die wuivend voor mijn blik bewoog,
want wei... nee, niets voldeed aan haar vereisten.

En soms, na uren sloven, schrobben, sjouwen,
leek er geen enkel vuiltje aan de lucht,
dan slaakte tante toch een diepe zucht
en wees mij op de vegen op mijn mouwen.

O tantelief, zo proper en integer,
nu rest er niets van u dan stof en as.
Maar toen u uitgestrooid werd over 't gras,
greep ik werktuigelijk naar blik en veger.