Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



 

De fiets droeg de vrouw op de dijk
De vrouw droeg de last van haar dromen
Zij droomde van roem en van rijk
Daar hoog op de dijk met de bomen

De dijk met de fiets en de vrouw
Zag steeds minder water langs stromen
De vaargeul werd akelig nauw
Slechts platbodems konden er bomen

De vrouw liet de dijk en de fiets
Heeft enkel zichzelf meegenomen
Het leek een verdwijning in ’t niets
Waarover men jaren zou bomen

 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Tussen onze oren

Als het dik en zwaar dan liever dun
en als we bruin dan moet het blond
of kraaiend rood of neo-gotisch zwart,
nee coupe soleil met tevens coupe sommeil.
Indien te steil dan watergolf, een papilottenkrul
voor even of een permanente wave
of nee pardoes een keer een afro-kroes?

Wanneer het kort dan juist weer lang
met scheiding hier of daar of overal
dus nergens goed te zien,
daarbij een knot, chignon, rouleau of wrong,
wellicht eens dreads, wat bonte locks,
een echte vlecht, twee pippi-staartjes,
rechte pony met een paardenstaart
of juist heel sexy al die wilde haren los?

Is het drie maanden lang
dan moet het mes de schaar erin:
en brosse of weer een bob,
een kale knikker of zo’n oude pagekop
met ossenstaart nu in de nek,
geraffineerde piek stram op de wang,
een vetkuif met gul glittergel en sprieten groen,
oranje,  paars, ook eens de hanekam?

Want altijd en eeuwig moet het anders.
Daar, ja enkel daar krijg je nu grijze haren van!