Ooit was ik een eenvoudige straathoek
Eén van de vier
Eén van de duizenden
Ontmoetingsplaats van ijle lucht en vluchtige groeten
Met voeten getreden door gehaaste voorbijgangers
Een stoeprand en wat tegels met los zand aan elkaar liggend
Dekmantel voor water, gas en licht
Scheidsvlak tussen boven- en onderwereld

Maar nu ben ik PD
De bron van kruit en DNA
Met strenge krijtstrepen die verhalen van moord en doodslag
Een strakgespannen lint bakent mijn grens af
Mijn afgunstige broers torsen mijn bewonderaars

Wie mij vroeger schielijk betrad, stopt nu op eerbiedige afstand
Wereldwijd verschijnt mijn beeld op tv
Ieder anker is op mij gezakt
Lenzen speuren naar mijn geheimen
Microfoons smeken om mijn waarheid

Maar ik zwijg 
Laat niets los
In het belang van het onderzoek
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Jantje

Pruim
Pixabay
 
Toen Jantje aan een pruimenboom
een rijpe vrucht zag hangen,
verdween zijn aangeleerde schroom,
bekroop hem een verlangen.
 
Zijn vader sprak hem ernstig toe:
‘Volg liever niet je hartje,
want diefstal is voor ons taboe.
Kijk, hier heb je een kwartje.
 
Dat ik jou hier een halt toeroep,
vind jij misschien wat pijnlijk.
Daarom geef ik je geld voor snoep,
dat lust je wel waarschijnlijk.’
 
Jan stapte naar de kruidenier.
Hoe zou hij het besteden?
Toch kocht het joch geen lekkers hier,
dat had een goede reden.
 
Was hij beducht voor cariës
door drop of toverballen?
Welnee, het kwartje van zijn les
bleek onderweg gevallen.