Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft





De blaadjes zijn nog altijd aardig groen
en lijken niet te denken aan vergelen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

De bloesem werd een peer of een citroen.
De rijpe kersen glanzen aan hun stelen.
De blaadjes zijn nog altijd aardig groen.

Je ziet het laatste jonge waterhoen
met uitgebloeide waterlelies spelen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

Nog één keer vrijen in het stadsplantsoen,
nog één keer onbespied elkander strelen:
de blaadjes zijn nog altijd aardig groen.

Nog gauw het strand op zonder wandelschoen,
voordat de kust de winterstorm moet velen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

Het loopt tegen het eind van het seizoen;
dat kan de laatste warmte niet verhelen.
De blaadjes zijn nog altijd aardig groen.
De zomer wil nog één keer zomers doen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Uit de nalatenschap van Herman J. Claeys: Spleen

Hoe slapeloos zijn vaak mijn nachten
Mijn droefenis is zonder naam
Soms zit ik urenlang te wachten
Verwelkend bij een open raam

De dingen die mij eens bekoorden
Zijn saai of hebben afgedaan
Ik tuur de einder af naar oorden
Beglinsterd door de volle maan

Waar druïden maretakken snijden
Met gouden sikkels in een eik
Of waar sirenen eenhoorns weiden
In Niemandsland en Nergensdijk

Koop koop koop