De poëzie is uit mijn lijf gekropen:
te vaak te lang, te veel te laat gewerkt.
De werkstroom heeft het andere verzopen.
Het mooie in het leven werd bezerkt.

Een oogklep hield mijn wijde blik beperkt.
Op hol geslagen bleef ik verder lopen.
Ik heb het eigenlijk niet eens gemerkt.
Mijn brein stond voor geen and’re prikkel open,

totdat er tussen scheefgezakte tegels
een klein maar dapper puntje groen ontspruit,
een distel die zich opmaakt voor de bloei.

Ik weet het wel, ’t is tegen alle regels,
dit moet er met de voegenkrabber uit,
maar ik bedenk me tien keer voor ik snoei.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Utrechts sonnet



a Wij varen met zijn vieren door de tijd
b Wij, en twee mensen die wij vroeger waren
A1 We zijn de romantiek al jaren kwijt:
B1 Als je niet slaapt dan ben je aan het baren

A1 We zijn de romantiek al jaren kwijt
b Tezamen met mijn laatste wilde haren
A2 We worden oud, vol droefenis en spijt
b En zijn te zuur om iemand nog te sparen

A2 We worden oud, vol droefenis en spijt
b Ik denk dat ik het nu durf te verklaren
A1 We zijn de romantiek al jaren kwijt
B1 Als je niet slaapt dan ben je aan het baren

c Er ligt geen mooie tijd in het verschiet:
c Het is gedaan en beter wordt het niet

(De eerste twee regels van Ingmar Heytze, in zijn vertaling van Shakedinges)

Het gebeurt niet elke dag dat er een nieuwe versvorm wordt bedacht en de meeste sterven in de couveuse, maar deze boreling van Peter Knipmeijer, heeft potentie en we verwachten er meer van. Voor wie niet snapt hoe het werkt zijn de aanwijzingen in de tekst verwerkt (die letters en cijfers vooraan de regel, die bij voordracht onuitgesproken dienen te blijven). 
Het verwerken van een bekend citaat is geen voorschrift, maar wordt wel aangeraden.

Redactie HVV