Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent





Jij vindt het in de vroegste lentewei.
Jij zou het willen schreeuwen van de daken
met woorden die mij nimmer zullen raken.
Het mist in mij.

Jij wilt het dolgraag voor ons allebei.
Jij wijst me dikwijls op je lichtend baken.
Ik vraag je om je pogingen te staken.
Het mist in mij.

Er zit een vreemde moeheid in mijn botten,
alsof ik waden moet door zompe klei
waarin de penen en de piepers rotten.

De avond laat de witte wieven vrij,
die onbekommerd in mijn ziel ravotten.
Het mist in mij.

(niet-genomineerde inzending Willem Wilmink wedstrijd)

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Duizend pluimen

duizend pluimen wuiven, duizend pluimen in de wind
ze wuiven naar de ruggen op de brug
duizend pluimen wuiven, maar niemand die het ziet
geen mens draait om of wuift een keer terug

duizend pluimen buigen in de winterkoude wind
ze huiveren en buigen naar de grond
maar niemand hoort gefluister wat de grond er nu van vindt
omdat de grond tot nu toe nergens iets van vond

duizend pluimen ruisen voor de bruidegom en bruid
voor de uiver en de buizerd in de lucht
maar dan: welk wezen luistert naar dat suizende geluid?
ze ruisen zacht met af en toe een zucht

pluimen, het is duidelijk, u hebt het al verbruid
bij de luiaard en de ruige karekiet
oh pluimen lief, die enkel op verguizing bent gestuit
alleen voor u zing ik mijn droevig lied
(uit)

Koop koop koop