Foto Henk Adema

In eigen tuin wil men geen buren zien,
dus wordt de schutting hoog gelijk een toren.
Wel is men zeer gespitst of men misschien
iets ruiken kan, of – liever nog – iets horen.

Een enkeling kan zijn nieuwsgierigheid
niet meer bedwingen, klimt naar ’t zolderraam, waar
hij heel soms in de hoogste zomertijd
een glimp opvangt van buurvrouws zonnend schaamhaar.

De reiger die zijn nek bespiedend buigt,
aanschouwt vanaf de nok het binnenleven.
De vrouw van nummer vijf wordt afgetuigd,
omdat zij slapen bleef op nummer zeven.

Het doet hem niets, want zijn verstilde ijver
geldt enkel gouden flitsen in de vijver.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De held van Labbertong III

Hoewel hij ruim voldeed aan de prestatienorm
Was het de trainer die, al na een week of tien,
Ten slotte koos voor een behoudender stramien
Zie daar, de opmaat voor een turbulente storm

Want “Rem” beschouwde zich nu juist als een artiest
En niet een simpel te bespelen marionet
‘Zo’n rol als goaltjesdief beperkt me tot en met,
’t Is tijd om te verkassen’, klonk het koel maar triest

Daarbij kwam nog hetgeen hij daar in Alphen miste
De weidsheid van het boerenland, de geur van mest
En ja, natuurlijk ook zijn Labbertongse maten

‘Dàg “Zerk en Tranen” met je autovrije straten
Dàg Ridderhof en nog een welgemeend protest
Tegen de onvermijdelijke ramptoeristen’