Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



Mijn hoeven zijn dan weliswaar gespleten,
maar omdat ik mijn voedsel niet herkauw,
mag geen gelovig mens mijn lichaam eten.
Daarbij, ik heb te veel in drek gezeten.
Zo’n modder wroetend beest, wie eet dat nou?

Dus hoor ik tot de kaste der onreinen.
De ark bevat daarvan één paar, niet meer.
Het is wel zielig voor de andere zwijnen,
die zullen van de aardbodem verdwijnen,
maar met mijn zeug ben ik een blije beer.

De reine beesten zijn met zeven paren.
Veel runderen en schapen heb je hier.
Dat heeft bij nader inzien veel bezwaren:
de rammen willen met één ooi slechts paren.
en zeven koeien vechten om één stier.

Ik lig hier met de moeder aller zeugen.
Ze ligt wellustig bij haar liefste beer.
Die onverwachte boottocht zal ons heugen:
we houden van elkaar met volle teugen
en als het even kan gaan we tekeer.

In onze tweezaamheid drijft niemand wiggen,
maar Noach haalt ons dikwijls uit elkaar.
Zijn ark is veel te klein voor extra biggen.
Dus zegt hij dat wij rustig moeten liggen,
maar daar staat onze varkenskop niet naar.

De nieuwe wereld kent nog geen gezinnen
behalve ons, de trotse pap en mam.
Wij wroeters zijn gereed om te ontginnen.
De drooggevallen aarde laat ons binnen.
Droog stonden ook de stier, de bok, de ram.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

28 juni 1914: De schlemiel, Nedeljko Cabrinovic



Het was gewoon een zootje teringlijders,
de moordbrigade van Franz Ferdinand,
al voelden zij zich Servische bevrijders.

Ze stonden bij de rijtoer langs de kant
bewapend met granaten en pistolen.
Die wapens kwamen van De Zwarte Hand.

Cabrinovic hield een granaat verscholen.
De schietkunst was aan hem niet zo besteed.
“Ga jij maar gooien”, zo was hem bevolen.

Ook dat was iets wat hij maar matig deed:
de juiste auto kon hij niet goed raken,
maar wel de auto die daar achter reed.

Hij deed een poging zich van kant te maken.
Zijn flesje cyaankali bleek te oud.
Hij ging niet dood, maar moest slechts hevig braken.

Toch liet hij zich niet pakken, voor geen goud!
Hij trachtte de verdrinkingsdood te sterven,
maar dat gaat bij extreme droogte fout.

Al wist hij niet de hoofdrol te verwerven,
een celstraf kreeg hij wel. Toch viel dat mee:
de doodstraf werd geëist bij and’re Serven.

Maar van zijn twintig jaar zat hij er twee;
je kon toen niet genezen van tb.

Koop koop koop