Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Wanneer je jongeheer een oudeheer is,
dan moet hij af en toe een tukje doen,
waarin hij droomt dat hij nog in de weer is.
Onstuimig als de knuppel van een smeris
geeft hij de hele wereld van katoen.

Wanneer je jongeheer ooit met pensioen is
dan droomt hij van de dagen van weleer.
Hoewel hij niet meer weet wat van katoen is
en geen idee heeft wat er nog te doen is,
toch blijft je jongeheer je jongeheer.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Uit de nalatenschap van Herman J. Claeys: Liefdesverdriet

Ik was haar schat, zij was mijn bruid,
De toekomst zag er romig uit.
Maar toen ik voor het altaar stond
Was ik alleen: zij dween, zij zwond.

Eens vormden wij een trouw gespan,
Ik was haar vrouw en zij mijn man,
Maar niets is nog zoals voorheen
Want driewerf ach! Zij zwond, zij dween

Zij was mijn afgod, mijn idool
- Hoewel een ietsje te frivool -
Ik smacht naar haar zo menig stond,
Maar 't is voorbij: zij dween, zij zwond.

Hij wiens verloofde dwijnt of zwindt
Ofschoon hij haar verwoed bemint,
Kwijnt weg in troosteloos geween
En huilt gefnuikt: zij zwond, zij dween!