
Ik ga nergens meer naar toe.
Regen klettert op de ruiten.
Zal ik de gordijnen sluiten?
Ik ben al die grauwheid moe.
twee lichtroze laarzen; ze zijn voor het kamp.
Ze hebben een week in de gangkast gelegen.
Nu mag ik ze aan doen, want nu is er regen
met heel grote plassen, waar ik hard in stamp.
Opa wil ook wel zo’n paar.
Opa heeft nog ouwe rooie
die hij bijna weg wou gooien.
Wij gaan stampen met elkaar.