Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Een aap wou niet meer wonen in de bomen,
hij wou het liefst op eigen benen staan.
Hij zocht zijn heil voorbij de oerwoudzomen,
hij hoedde vee, verbouwde gras en graan,
kreeg onderdak en water uit de kraan.
Maar nu het oerwoud haast is weggebranderd
verlangt hij stiekem terug naar zijn liaan.
Er is zoveel gebeurd, maar niets veranderd.

Te voet zijn wij haast overal gekomen
al is dat dan niet altijd snel gegaan.
Nu reizen we in ingeblikte stromen,
we leven altijd in de linkerbaan,
we rennen, racen, vliegen naar de maan.
Al lijkt zo’n hoge snelheid dan ook standerd,
de ziel komt altijd dagen later aan.
Er is zoveel gebeurd, maar niets veranderd.

De minstreel roemt het meisje van zijn dromen
haar blanke huid, heur haar als puur saffraan.
Moderne mensen lijken meer te schromen:
gevoelens uit men niet als een vulkaan,
geen sehnsucht meer, heel soms een liefdestraan.
Er wordt nog wel begeistert rumgewandert
door minneparen langs de Liefdeslaan.
Er is zoveel gebeurd, maar niets veranderd.

O Vader Tijd, u loopt rechttoe rechtaan
waar onze mensengeest het liefst meandert.
Laat u niet leiden door der dagen waan!
Er is zoveel gebeurd, maar niets veranderd.


Met deze ballade won onze trouwe bezoeker en medewerker ondanks de tweede prijs bij de Willem Wilminkprijs te Almelo. Zie een sfeerinpressie en shots van de celebs in het filmpje

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

J.C. Bloem

               

 

       De dagen werden tergend langzaam maanden, 
                de maanden regen zich aaneen tot jaar;  
                ik loop weer langs het stille pad langswaar 
                wij beiden samen ooit getweeën gaande, 

                onszelf veroordeeld hadden tot elkaar 
                en ons een korte wijle tweezaam waanden, 
                elkanders allerdichtste nabestaanden; 
                maar ook ons liefdesbed verwerd tot baar. 

                Wat valt voor troost aan leven te ontlenen 
                wanneer elk herfstblad wegdrijft in de goot, 
                wat komt reeds bij de aanvang is verdwenen 

                en het verlangen naar de liefde metterdood 
                steeds door één waarheid wordt beschenen; 
                de eerste kus waarmee je mij verstoot?


 

Vandaag is het de sterfdag van de dichter J.C. Bloem, dus een mooi gedicht in zijn stijl leek me wel gepast, al zal de oplettende lezer zien dat het een bout-rimé is met rijmwoorden uit een sonnet van Jean Pierre Rawie.

 

Koop koop koop