Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Het is weer tijd voor schaamteloos ontluiken.
Het is weer volop lente. Het is mei.
Het groeit en bloeit in bomen en in struiken.
Het zaaigoed schiet te voorschijn uit de klei.

Het dartelt in de stal en in de wei
van veulen, big en lam, van kalf en kuiken.
Al wat niet levend baart legt dril en ei.
De meisjes tonen winterwitte buiken.

Straks veeg ik het gevallen blad weer op.
Het loof dat in oktober naar benee moet
is nu nog jong en groen en voedt mijn weemoed.
Ik ween om elke uitgebroken knop.

Van mij mag alles best een heel stuk korter:
de maand, de rokjes, het gedicht van Gorter.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Kaapren varen: De derde kaper

Hij heette Tjores en hij had een baard,
hij was met zwaard en enterhaak bedreven.
Wie hem ontwaarde wendde vast de steven,
vaak tevergeefs, dan werd geen man gespaard.

Maar nooit heeft hij eenzelfde roem vergaard
als Jan, Piet en Corneel, dus ongeschreven
blijft heel de rest van Tjores’ ruige leven;
wie Tjores was bleef voor ons niet bewaard.

En waar hij dan ook rust, hij rust in vree.
Ze waren ferme jongens, stoere knapen
met een alom gerespecteerd beroep.

Dankzij hun spirit telden wij nog mee.
Thans heeft al wie een baard draagt en wil kapen
terstond het halve leger op z’n stoep.

Koop koop koop