Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Het is weer tijd voor schaamteloos ontluiken.
Het is weer volop lente. Het is mei.
Het groeit en bloeit in bomen en in struiken.
Het zaaigoed schiet te voorschijn uit de klei.

Het dartelt in de stal en in de wei
van veulen, big en lam, van kalf en kuiken.
Al wat niet levend baart legt dril en ei.
De meisjes tonen winterwitte buiken.

Straks veeg ik het gevallen blad weer op.
Het loof dat in oktober naar benee moet
is nu nog jong en groen en voedt mijn weemoed.
Ik ween om elke uitgebroken knop.

Van mij mag alles best een heel stuk korter:
de maand, de rokjes, het gedicht van Gorter.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

eenacter 2



“Neem die blondine hier!”
(knipoog) “Geen schoolkind meer.
Zeldzaam wat die ons aan
schaamwaren biedt. 

Kijk toch meneer wat een
uitvouwenswaardige
dame men hier in het
blad heeft geniet.”

 *

(vragend) “Te openlijk?
Ja hoor, dat snap ik wel.
U slaat van wat men juist
weglaat op hol.” 

(minzaam) “U geilt op het
speculatievere?
Oh, maar daar heb ik een
kastje van vol.” 



“Liever geen plaatjesboek?”
(lachend) “Een doenertje!
Ha maar dan heb ik voor
u iets aparts. 

Ruikt u maar eens aan dit
ejaculeerzalfje;
goedgekeurd door een
deskundige arts.” 

* (rolt een kapotje uit)
“Rubber met ribbeltjes
dat bij herhaald gebruik
toch nog niet lekt. 

Zelfs het hardnekkigste
episcopatenzaad
wordt er meteen mee tot
leven gewekt.”

(wordtvervolgd) 

Koop koop koop