Vandaag wordt Michel van der Plas 85 en dat kunnen we niet ongemerkt voorbij laten gaan.
De letterkundige Van der Plas is, naast het schrijven van cabaretnummers die door uitvoering van anderen eeuwigheidswaarde verkregen, ook niet bekend als een van de Grote Namen op het terrein van het lichte gedicht.
Maar hij is het wel, wis en waarachtig en dat hij hiervoor nooit een prijs ontving is dan ook een schande.
In het maken van parodieën en pastiches was hij ongeëvenaard en in de bibliotheek van Het Vrije Vers stoffen we wekelijks met eerbied zijn bundel Twee emmertjes water halen uit 1952 af, waarin dit kinderliedje vele malen te vinden is: in de stijl van Hieronymus van Alphen, P.C. Hooft, Guido Gezelle, P.C. Boutens, Adriaan Roland Holst, H. Marsman, Anton van Duinkerken en Lucebert.
Daarnaast vinden we hier ook nog prozabewerkingen in de stijl van Aart van der Leeuw, Cissy van Marxveldt, Piet Bakker, J.W.F. Werumeus Buning, Anne de Vries, Mr. E. Elias, Bert Schierbeek, Paul van Ostayen, Leonard Huizinga, Rogier van Aerde en Godfried Bomans.
Hiermee is meteen duidelijk voor de jongere generatie welke schrijvers en dichters op de eindexamenlijst van hun ouders stonden.
Het boek is prachtig verlucht met illustraties van Eppo Doeve, die voor de gelegenheid werkte in de stijl van verschillende beroemde kunstenaars en er staat ook nog een hoop bladmuziek in van H. Badings; variaties op de melodie van het liedje in de stijl van verschillende beroemde componisten. Waar vind je nog zo'n prachtparodiënboek waar de dicht- teken- en muziekkunst samenkomen om iets vergetelijks tot stand te brengen? 
Hier de versie van P.C. Hooft om dit betoog met kracht te illustreren:


Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Op leeftijd



Tel ik straks zeven kruisjes? O wat oud!
Ik zet de bloemetjes nog dolgraag buiten
en voel me verre van verdord en koud
al hoor ik nooit een man meer naar me fluiten.

Toch zijn mijn oren goed, ik kan ze sluiten:
wat ik wil horen hoor ik, verder niet.
Vaak kijk ik vergenoegd in spiegelruiten –
maar dat doe ik uitsluitend onbespied.

Ik ben nog lang geen stramme zielenpiet
en lonk zelfs hooggehakt, in hippe kleren
naar wat aan zoveelplussers overschiet.
Helaas zien zij dat niet, de leuke heren.

Uit angst het flirten té vroeg af te leren
maak ik sinds kort op hele kleintjes jacht,
ook hen wil ik met knipogen charmeren.
Met groot succes: haast elke baby lacht!

Maar toen een toch best knappe opa dacht
dat ik met hém, niet met die uk, wat wilde
en hitsig vroeg: kom jij bij mij vannacht?
Hoe ik toen plots tot oude tang verkilde!