Het kroningslied houdt de gemoederen al een tijdje bezig.
Althans die gemoederen die sudderen in de inborst van de werkelijk allerdomsten van ons volk, die niet weten dat Nederland geen kroning kent, maar alleen een inhuldiging. Het gepeupel dus waar Oranje al eeuwen zijn trouwe aanhang vindt.
Het resultaat is er dan ook naar: de heffe des volks heeft bijdragen geleverd, die vertolkt zullen worden door uit het grauw opgeklommen volkszangers.
Het is prettig dat het gemeen die dag bezig gehouden wordt met een liedje, dat gezongen zal worden zoals dat gaat op partijtjes van het plebs: op een bekende wijs. Want de melodie blijkt ook al gejat.
Terwijl het janhagel zo zijn platte vermaak vindt kan de elite zich met verfijnder genot bezighouden.
En daar hebben wij van Het Vrije Vers een mooie taak.
En een nobele plicht.

Niet voor niets zijn alle dichters hier verenigd, Dichter des Vaderlands, dus wat wij verwachten op deze Historische Dag is een Royale bijdrage, een Franse ballade op zijn minst, van allemaal.
Genoeg om een week te vullen, want de redactie wil ook wel eens een weekje potverteren.
Zelf doen wij niet mee, want de redactie is in het bezit van een kaartje met recht op bezichtiging van de Gouden Koets op door ons vast te stellen dag, uren en voorwaarden, en wij weten wel wanneer wij daar gebruik van gaan maken. Het zal krap zitten worden voor het Koninklijk paar, maar we zitten dus weer bovenop het nieuws. We zullen naar jullie zwaaien.

Aan de slag; je hebt nog een paar weken en zet die bijdrage op het forum op 29 april.
Onze moederator maakt wel een plekje.
Ze mag ook mee en je zult haar wel zien zitten naast Maxima, keuvelend over iets vrouwelijks.  
Dichters des Vaderlands: doe Uw plicht! Leve de Willemien!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Moira



Clotho heeft haar draad gesponnen van je moeder's navelstreng
In de grote boze wereld, ook al ben je klaar, best eng
Jij doet dan je ogen open, ziet het eerste levenslicht
Achter je nog vaag de haven, die verdwijnt uit het gezicht

Lachésis  had reeds gemeten, wist hoe lang jouw draad zou zijn
Welke bochten, welke kronkels, welke blijdschap welke pijn
Langs het pad gelegen waren, door het lot voor jou bereid
Nu eens blijdschap, dan verdriet, geloof, hoop, liefde op zijn tijd

Atropos was het tenslotte, die jouw draad dan heel kordaat
En voor altijd door zou knippen, waarna jij niet meer bestaat

Wie door nagelaten oeuvre, als hij zelf is heengegaan
Anderen nog blijft beroeren, heeft het beregoed geDaan