Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

 

Weense balladen, psychologische verkenningen. Titel en ondertitel van deze light-versebundel, uitgegeven door Jaap van den Born, dekken meteen de inhoud ervan. Het werk bevat zo'n 75 Weense balladen, een vorm die door Drs. P is ontworpen. Het rijmschema is, voor de volledigheid, aRaRbbaR bR. Het metrum is trocheïsch, zo lezen we in Versvormen, leesbaar handboek, geschreven door de meester zelf.* (zie voetnoot)

Van den Born is bij het samenstellen van deze bundel conceptueel te werk gegaan. Hij laat geen twijfel bestaan over de programmatische uitgangspunten van zijn verzen. We lezen op de achterzijde van het omslag: "De Weense ballade ... leent zich uitstekend voor korte weergave van het intense gedachteleven van de mens. In deze bundel treft de leergierige lezer een aantal psychologisch diepgravende observeringen aan, waarmee hij zijn voordeel kan doen in het omgaan met dit wezen, dat hij in niet geringe aantallen kan aantreffen in zijn directe omgeving."


Van een aantal interessante exemplaren van dit wezen die Jaap van den Born aantrof in zijn directe omgeving, zijn streng geregisseerde foto's gemaakt die de dichter als uitgangspunt nam voor zijn psychologische verkenningen in Weense-balladevorm. Boven de tekst van elke ballade staat de bijhorende foto die een bijna altijd geslaagde symbiose aangaat met Van den Borns vers dat vaak archaïsch van toon is (of juist provocerend plat), waardoor elke foto met tekst een volledig autonome positie inneemt in de bundel. Ik bedoel, ze passen perfect in de bundel, maar zouden het als losse entiteit ook uitstekend doen in een verzamelbundel of als reclame-uiting voor bijvoorbeeld klassieke lingerie of retrodropveters. Ook dat maakt Weense balladen tot een doordacht geconcipieerde bundel, met een wetenschappelijke benadering opgezet, wat de ondertitel ten overvloede onderstreept.

Van den Borns diepgravende observeringen hebben van hem geen vrolijke beschouwer gemaakt. Of heeft het bij hem in dit geval omgekeerd gewerkt? Heeft hij bij zijn reeds verinnerlijkte pessimistische mensvisie de passende afbeeldingen gezocht? Wie zal het zeggen? Want ja, zijn kijk op de homo sapiëns m/v is cynisch. De personen die in zijn verzen opdraven krijgen ervan langs, of misschien nog vaker: ze geven zichzelf ervan langs via hun gedachten en overwegingen. In het eerste vers zet de dichter meteen de toon.



Begeerte

Ik ben verzot op hele lange vrouwen
Met hoogtevrees
Ik wil alleen zo'n lange loeres trouwen
Met hoogtevrees
Ik heb ze altijd hooggeschat
Je krijgt ze zo eenvoudig plat
Vooral als ze je flat insjouwen
Met hoogtevrees

Geef mij dus maar zo'n lange lat
Met hoogtevrees

Weense balladen
bestaat uit drie afdelingen: Hartstochtelijk, Ons vrouwenhoekje en Portretten.
In 'Hartstochtelijk' is de focus gericht op de mannelijke medemens die er bij Van den Born bekaaid vanaf komt. Balladen met titels als 'Vreugde', 'Begeerte' of 'Uitdaging' suggereren iets positiefs maar bij Jaap Van den Born mag je op het tegendeel rekenen. Als de titel zelf al negatieve associaties oproept, levert het bijpassende vers keurig wat de titel belooft. Ter illustratie het vers op bladzijde 17, getiteld 'Dreiging'

Dreiging

Daar komt ze aan met al haar spek en hammen
Mijn tante Sjaan
Zij overschaduwt mij al met haar prammen
Mijn tante Sjaan
Waarna zij zich voorover bukt
Nu word ik van de grond geplukt
Ze klemt me aan haar kilogrammen
Mijn tante Sjaan

Ze heeft wat schedels ingedrukt
Mijn tante Sjaan

Dit gedicht brengt ons meteen naar afdeling twee van deze bundel, 'Ons vrouwenhoekje'. 24 dames hebben in evakostuum voor Van den Borns camera geposeerd. Voor de dichter wellicht een hoogst bevredigende exercitie, voor de vrouwen niet altijd een onverdeeld genoegen, gezien hun getormenteerde gelaatsuitdrukkingen. Via titels als 'Onterecht', 'Bevlogen', of 'Spijt' laat de dichter diepgaande psychologische analyses los op de geportretteerde dames en hun gedachtewereld. Het voert niet te ver om Van den Born een plezierdichter met misogyn talent te noemen. In een normale maatschappelijke context zou hij met veel van zijn teksten niet wegkomen, maar Weense balladen is kunst, en binnen die wereld genereren de balladen vanwege de ironie, vaak cynisme, een inspirerende vorm van verdraagzaamheid die in andere situaties geen kans van bestaan zou hebben. Voor mij blijft het dan ook de vraag wat er gaat gebeuren als deze bundel, naar aller verwachting, eenmaal het grote publiek bereikt. Heil- en hersenloze, van iedere gevoel van humor gespeende Sylvana-achtige zwartepietdiscussies over tot kunst verheven vrouwonvriendelijkheid sluit ik dan geenszins uit. Wat dat betreft kunt u het beste nu een bundel aanschaffen, voordat de Randstedelijke, moreel verontwaardigde onrechtbestrijders een verkoopverbod voor heel Nederland weten af te dwingen en de NS weigeren reizigers met Weense balladen in hun bagage te vervoeren. Wellicht zou onderstaand gedicht net door de beugel der onverdraagzaamheid kunnen.



Heel wat mans

Ze zeggen wel: de man die is een jager
Dat kan ik ook
Je ziet mij niet met lijstjes bij de slager
Dat kan ik ook
De man die temde ooit het vuur
Zo pocht hij, en hij schiep cultuur
En noemt zich daarvan zelfs de drager
Dat kan ik ook

En pissen tegen deze muur
Dat kan ik ook

Het laatste gedicht uit 'Ons vrouwenhoekje' getiteld 'Moderne man' is de opmaat naar afdeling drie 'Portretten'. Lees verder:


De meeste van deze portretten tonen ons star kijkende en weinig geluk uitstralende manspersonen. Ook de vijf geportretteerde dames hebben zo te zien niets te lachen. De vijf bijbehorende titels onderschrijven dat nog eens: 'De Maagd', 'De vrome trut', 'Het VVD-lid', 'De intelligente vrouw' en 'De trut.' De titels bij de mansportretten blijven in de sfeer die Jaap van den Born met deze bundel consequent en sterk blijft oproepen. Wat dacht u van 'De onderwijzer van de School met de Bijbel', 'De goede vaderlander' of 'De lolbroek'. De uitkomst van de psychologische verkenningen hunner geest is voor de betrokkenen niet strelend en daarmee ook niet voor de mens als soort. Ter illustratie uit deze afdeling 'De afkerige'.



De afkerige

Ik heb het niet zo erg op vrouwenlijven
Niks geen gedoe
Mevrouw, ik vraag u van mij af te blijven
Niks geen gedoe
Een blote vrouw is geen gezicht
Nu denkt u vast: dat is een nicht
Maar mannen doen mij niet verstijven
Niks geen gedoe

Ook heb ik nooit mijn pols ontwricht
Niks geen gedoe

Weense balladen
is een bundel die appelleert aan zowel gevoel als intellect. Bij oppervlakkige lezing is het een humoristische, vaak hilarische bedichting van een verzameling mafkezen m/v, gepresenteerd in een bijzondere en weinig gefrequenteerde versvorm. Wie het geruststellende vlies van de humor weet te doorbreken ziet een verontrustende doch welluidend geformuleerde uitnodiging tot analyse en introspectie, wat in light-versecontext uiterst zeldzaam is. Zo boort Weense balladen in potentie een breed publiek aan. Enigszins badinerend gezegd: de keukenmeid vindt er van haar gading, net zo goed als de academisch gevormde beschouwer die van gelaagdheid houdt. Dat maakt deze bundel tot een onmiskenbaar hoogtepunt in het werk van Jaap van den Born, die gestaag blijft bouwen aan een oeuvre dat alleen al vanwege de omvang de tand des tijds voorlopig zal doorstaan. De sepiakleurige danseressen op de voorpagina (let op de mooie strikken, ik heb ze al kind nog gedragen) bijeengezocht door Remko Koplamp getuigen van gevoel voor vrouwelijk schoon. Een esthetisch fijn ontwikkeld oog is een groot goed.


Tot slot nog dit. Op twee plaatsen in de bundel experimenteert Van den Born met de vorm. In het vers op blz. 63 laat hij plompverloren een regel weg en in het vers op blz. 38 wijzigt hij de refreinregel. Het eerste probeersel acht ik niet voor herhaling vatbaar. Het tweede zou wel eens een vondst kunnen zijn. Immers, doordat de refreinregel liefst vier keer herhaald wordt binnen deze tienregelige balladevorm, krijgt dat refrein iets voorspelbaars. Door nu toe te staan dat er aan het laatste refrein iets gesleuteld kan worden, introduceer je een extra mogelijkheid tot verrassing. Van mij mag die weg wat vaker worden ingeslagen.

Weense balladen: Jaap van den Born
Omslag en opmaak: Remko Koplamp
ISBN 978-94-6342252-9 
Mijn bestseller. nl, 2017
Prijs € 14,95 

Om direct te bestellen klik hier.

* Voetnoot
Hoewel Heinz Polzer in de toelichting op de Weense ballade in zijn naslagwerk Versvormen (blz. 70) spreekt van 'Trocheeën in walstempo' als metrum, blijkt uit het bijgevoegde voorbeeld dat het om 'jamben' gaat. Een van de zeldzame keren dat we Drs. P op een foutje kunnen betrappen. Jaap van den Born compliceert deze metrumkwestie in een bijdrage op Het vrije vers door het begrip 'Parijse wals' te introduceren. Citaat: '... maar ik moet toch fijntjes opmerken dat de regels 1,3 en 7 vrouwelijk rijm dienen te bevatten in de Weense ballade, de regels 1 en 3 5 jamben en regel 7 4 jamben. Hanna heeft gelijk, hij is niet echt moeilijk, maar er zitten in de praktijk voor de lezer wat onopgemerkte dingetjes in. die het tempo van de Parijse wals aangeven.' Wellicht kan hij daar op het VV nog eens op terugkomen. Van den Born komt immers de eer toe de fraaie, maar vrij obscuur gebleven Weense ballade met deze bundel aan de vergetelheid ontrukt te hebben.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Log in op de site

Forum (recent...)

Uit het archief

J.C. Bloem

               

 

       De dagen werden tergend langzaam maanden, 
                de maanden regen zich aaneen tot jaar;  
                ik loop weer langs het stille pad langswaar 
                wij beiden samen ooit getweeën gaande, 

                onszelf veroordeeld hadden tot elkaar 
                en ons een korte wijle tweezaam waanden, 
                elkanders allerdichtste nabestaanden; 
                maar ook ons liefdesbed verwerd tot baar. 

                Wat valt voor troost aan leven te ontlenen 
                wanneer elk herfstblad wegdrijft in de goot, 
                wat komt reeds bij de aanvang is verdwenen 

                en het verlangen naar de liefde metterdood 
                steeds door één waarheid wordt beschenen; 
                de eerste kus waarmee je mij verstoot?


 

Vandaag is het de sterfdag van de dichter J.C. Bloem, dus een mooi gedicht in zijn stijl leek me wel gepast, al zal de oplettende lezer zien dat het een bout-rimé is met rijmwoorden uit een sonnet van Jean Pierre Rawie.

 

Koop koop koop