Liefst zet ik al mijn spullen op een rij.
Geen goed is fout of beter dan de rest.
Het hoogst behaald diploma glimt van trots.
Het kopje zonder oor glimlacht besmuikt.
Mij zijn ze even lief.
 
Ze hebben mij gekneed tot wie ik ben,
herinneringen die ik aan kan raken.
Als ik er één verwijder, sterft er iets
in mij, mijn hoofd, mijn hart, mijn onderbuik,
een dof gevoel van rouw.
 
Een dame die het vast heel goed bedoelt
vindt op mijn bank de laatste vrije plek.
De bank is zichtbaar uit zijn comfortzone.
De dame zegt me dat het anders moet.
De buurt vindt mij verslonsd.
 
Ik leg haar uit dat dit mijn leven is.
Het goede, schone, ware dat ik vond
rust naast elkaar en leeft in vrede met
het slechte, het onooglijke, de leugens.
Mijn schatkamer is dit.
 
Ze zegt dat het toch echt niet langer gaat.
Dan breekt de opstand uit. Het hele huis
raakt in paniek, stort zich op haar, bedelft
haar tot ze zwijgt. Of ik er spijt van heb?
Nee, edelachtbare.
 
 
Met bovenstaand gedicht won ons redacttielid Niels Blomberg afgelopen zaterdag de Plantage Poëzieprijs 2025.
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Hemels tafereel


Gerrit Komrij 1944-2012


Ach, kijk ze nou toch vrolijk staan te springen!
De witte veren vliegen in het rond
Ook cherubijntjes in hun blote kont
Staan stralend van Gods lof en eer te zingen

Eén loopt zich door de menigte te wringen
Verbeten trek rond de wat weke mond
Ondanks zijn blos oogt hij wat ongezond
Normaal bij pas gestorven stervelingen

Hij spreidt een zelfverzekerdheid ten toon
Ondanks zijn nu gestaakte ambtstermijn
Alsof zijn sterven hem pas echt een doel gaf

Hij stevent recht op God af op Zijn troon
En zegt met lijzig, achteloos venijn;
‘Ga als de sodemieter van mijn stoel af!’