Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

              

Naar aanleiding van de presentatie van zijn nieuwe bundel Ik neem voortaan een datingcoach, drukte het Dagblad de Limburger een vraaggesprek met de dichter door de journalist Guus Urlings af:

Ik neem voortaan een datingcoach. Dat is de wat cryptische titel van de nieuwe dichtbundel van Frits Criens (66) uit Haelen. Wie het gedicht leest waaraan die titel ontleend is, prikt snel door dat cryptische heen. Zo werkt light verse...
Spelen met humor.
Dat is wat Frits Criens
 doet in zijn nieuwe dichtbundel
Ik neem voortaan een datingcoach. Dat zegt tenminste zijn uitgever: 
'In zijn lichtvoetige verzen ontmantelt hij heilige huisjes, prikkelt de geest, spot met vooroordelen en toont zich een taalvirtuoos met een verrassende kijk op zijn onderwerpen.' 
Lovende woorden.
Dat hoort zo in flapteksten van boeken.
Net als een `ondertitel' als
Light verse van de bovenste plank. Verkooppraat.
Alsof de gedichten van Criens dat nodig hebben.
Maar misschien hébben ze dat ook wel... Light verse en de waardering - of het gebrek daaraan - voor dat genre in de literatuur.
Lichtvoetig, geestig. Poëzie met een twist.
Het genre waarvan Frits Criens
 
zich al vaker een bekwaam beoefenaar heeft getoond. Daar gaat het gesprek over. Meer nog, eigenlijk, dan over de nieuwe bundel.

‘Light verse. Daar ben ik als schrijver mee begonnen. In De Tweede Ronde, het enige literaire tijdschrift dat ook light verse publiceerde.
Daar heb ik lang een vaste plek gehad, tussen mannen als Drs. P, Ivo deWijs, Driek vanWissen. Tot het blad ter ziele ging.
Het wereldje van de light verse is klein, hecht, een beetje gesloten ook. In de poëzie is light verse een beetje een ondergeschoven kindje. In Engeland of Frankrijk is het heel gewoon dat serieuze dichters in hun bundels ook light verse opnemen. In Nederland is de grens veel harder. In dit land ben je een dichter of een prutser. Daar zit niks tussen.
Light verse wordt vaak gezien als `makkelijk scoren'. Als rijmelarij, berijmde geestigheid. Het eindresultaat klinkt inderdaad vaak gemakkelijk.
Maar in de praktijk is light verse intens moeilijk. Een kwestie van eindeloos passen, meten, schuiven.
Ik heb, schat ik, aan elke regel light verse die ik publiceer ongeveer een uur werk voor het er precies staat zoals ik het wil hebben. Het moet kort en bondig zijn, begrijpelijk, maar ook vormvast - als je voor de vorm van een sonnet kiest, dan bepaalt dat je speelruimte, dat moet kloppen - en het moet metrisch in de pas lopen. En inderdaad: het moet geestig zijn. Light verse schrijven is heel intensief met taal bezig zijn. Het is, zeg ik wel eens, een slijpsteen voor de geest en de pen.’

Dichter of prutser? Voor Criens bestaat die vraag, dat onderscheid niet.

‘Ze proberen je als schrijver altijd in een hokje te 
duwen. Maar ik heb nooit willen kiezen. Light verse is me dierbaar, blijft een van de pijlers onder mijn werk.
En het intensieve spelen met taal dat daarvoor nodig is, komt me weer uitstekend van pas bij de rest van mijn schrijven. Columns, romans, korte verhalen, toneelstukken, noem maar op. Ik heb het hele spectrum verkend, en dat bevalt prima.’

Is het toch niet een beetje frustrerend, de denigrerende manier waarop in `literaire kringen' vaak over light verse gesproken wordt? En hoe zit het met de publieke belangstelling?

‘Ach, de belangstelling voor poëzie is op zich al tamelijk gering, en wij - de mensen die zich niet generen voor light verse - zijn daarbinnen ook nog eens een kleine groep. Als je beroemd en rijk wilt zijn, moet je geen dichter worden... Maar als ik optreed met dit werk, is dat altijd een succes. Het leent zich prima voor het podium. Dat vertaalt zich dan wel zeer mondjesmaat in aantallen lezers, maar goed... Ik schrijf light verse ook voor mezelf. Om mijn taalvaardigheid steeds verder te ontwikkelen. En omdat ik het boeiend vind.’

Ik neem voortaan een datingcoach.
Uitgeverij Liverse, Dordrecht. ISBN 9789491034626.
Prijs 14,95 euro.



De geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 21 klik hier



Stichting Literaire Activiteiten Groningen meldt het volgende:
Precies vijf jaar na zijn overlijden vindt in Groningen de eerste Driekdag plaats. Vrienden, dichters en muzikanten herdenken op donderdag 21 mei de dichter Driek van Wissen. Het programma vindt in plaats in Café Wolthoorn & Co aan de Turftorenstraat en de deelnemende artiesten zullen naast eigen werk ook het werk van Van Wissen voordragen.

Deelnemende dichters zijn: Jean Pierre Rawie, Jan Boerstoel, Jan Kal, stadsdichter Kasper Peters en Ben Hoogland, winnaar van de sonnettettencompetitie. Ze dragen naast eigen werk ook hun favoriete Van Wissengedicht voor. Muzikanten Melvin Bonnet en George Welling maakten speciaal voor deze middag elk een lied op basis van een tekst van Driek. Dr. J P van de Sande vertelt over dichter Driek in Groningen en Johan Meier laat horen wat zijn geliefde Driekvers was.

Driek van Wissen (1943-2010) had al meerdere publicaties met Jean Pierre Rawie op zijn naam staan voor hij in 1978 debuteerde met Het mooiste meisje van de klas. Daarna volgden nog vele bundels en ook schreef hij voor het Dagblad van het Noorden. Van 2005 tot 2009 was Van Wissen Dichter des Vaderlands.

Het programma is niet alleen gratis, elke bezoeker ontvangt ook nog een cadeau ontworpen door Frans le Roux en Bruno Beukema. Het programma duurt van 17.00 tot 19.00 uur, inloop vanaf 16.30 uur.

21 mei Driekdag, het begin van een hopelijk lange traditie.
|
De foto werd in 2007 door Dolf Verlinden gemaakt tijdens Dichters in de Prinsentuin.






De geschiedenis van de Nederlandse taal in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp. Deel 20.
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal sindsdien vergaan? Klik hier.



Vandaag begint de Annie M. G. Schmidtweek.
In het hele land worden activiteiten op scholen en in bibliotheken ontwikkeld om haar te eren.
Er is een speciale site voor deze week, die je vindt door hier te klikken.



Een geschiedenis van het Nederlands aan de hand van 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Klik hier voor deel 19.



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten door Marc van Oostendorp.

Klik hier voor deel 18.



Een geschiedenis van het Nederlands aan de hand van 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Deel 17, speciaal voor Iljona een uitleg over alexandrijnen: lees hier



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten van Marc van Oostdorp.
Dit keer deel 16 met de kanttekening dat we ons afvragen of ze destijds ook menigh zeiden en toov'righ en 'een blad' uitspraken als 'een blad'.
Lees hier



Wie een sluitende definitie van het fenomeen humor kan geven, krijgt Ik neem voortaan een datingcoach cadeau.
Dat is een veilige uitdaging.
Die definitie bestaat immers niet, wat op zich al humoristisch is.
Humor is grappig, spottend, geestig, (droog)komisch, provocerend, taboedoorbrekend, confronterend, absurd, satirisch, vals en behaagziek tegelijk.
En nog veel meer. 
Frits Criens speelt in Ik neem voortaan een datingcoach met humor.
In zijn lichtvoetige verzen ontmantelt hij heilige huisjes, prikkelt de geest, spot met vooroordelen en toont zich een taalvirtuoos met een verrassende kijk op zijn onderwerpen. Of hij nou schrijft over daten, dierentuinbezoek of de tweeling van zijn zoon, het taalplezier spat af van zijn vormvaste gedichten.
De ondertitel Light verse van de bovensteplank is dan ook een terecht kwalificatie voor deze bundel.

Ik neem voortaan een datingcoach, Uitgeverij Liverse.
ISBN 978-94-91034-62-6
Paperback - 90 blz. - € 14.95



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten van Marc van Oostendorp. Voor deel 15 klik hier.



Ginds boven, bij de hemelpoort
Ik zou haast zeggen: vlak ertegen
Dus voor een zaak heel welgelegen
Staat een frituur zoals het hoort
Waar mensenzielen, opgestegen
Hun frieten eten, onverstoord.
God ging er zwijgend mee akkoord.
Ze hebben hem zover gekregen.


Paul Ilegems, onze redacteur buitenland, is niet alleen bekend om zijn ollekebollekes, waarvan hij enkele bundels uitbracht samen met met Drs. P, maar is ook een gekend frietdeskundoloog.
In 1981 begon hij de collectie van het Frietkotmuseum samen te stellen en de eerste tentoonstellingen te organiseren. HET FRIETKOTMUSEUM PAUL ILEGEMS. Hij is de auteur van diverse publicaties over het frietkot waarvan vooral De Frietkotcultuur, Het Belgisch Frietenboek, Het Volkomen Frietboek en Frietgeheimen bekendheid genieten. In 2006 werd hij tot Ridder benoemd in de Nationale Orde van de Gulden Puntzak voor zijn uitzonderlijke bijdrage ter verdediging van de frietkotcultuur.
Nu verschijnt een bundel met light verse Eeuwig zingen de frieten, gewijd aan dit culinaire hoogstandje en dat wordt 24 april in Antwerpen gepresenteerd, om 15.00 uur in Boekhandel De Groene Waterman.
Dat die zich bevindt in de Wolstraat weet iedereen, maar dat het op nummer 7 is, is een goed bewaard geheim. Er is zelfs een programma:

1. Opening door Jan van der Geer (Liverse)
2. Uitreiking eerste exemplaar aan Leen Raats
3. Jan interviewt Paul Ilegems
4. Jan van der Geer leest enige gedichten uit Eeuwig zingen de frieten
5. Paul Ilegems leest voor uit eigen werk

Daarna kan Eeuwig zingen de frieten, onder het genot van een drankje, gekocht en gesigneerd worden. 

Eeuwig zingen de frieten (Uitgeverij Liverse, Dordrecht)
Paul Ilegems
ISBN 978-94-91034-50-3
Paperback - 74 blz. - € 15.00



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Klik hier voor deel 14.



Deel 10 alweer in de serie De Nederlandse taal in 196 sonnetten van Marc van Oostendorp. 
Klik hier voor de link naar dit lezenswaardige taalblog.

 



1996: Kees Stip opent met zijn gedicht ‘Waterlandschap’ het Theater van de Natuur in Sellingen.

Hans ter Heijden schreef een boekje over de jaren dat dichter Kees Stip, ook bekend als Trijntje Fop, in Westerwolde woonde: Ter Apel zien en dan sterven ( een aforisme van Stip).
Het is een ‘wandelverhaal’ over de Groninger jaren van Stip.
Van 1978 tot zijn dood in 2001 woonde en werkte hij in een boerderij aan de Veenweg in Laudermarke bij Sellingen.  Als Trijntje Fop werd hij beroemd met zijn dierenversjes; in Groningen legde Stip zich vooral toe op het schrijven van sonnetten. Ook schreef hij kritische verzen en aforismen, onder meer over religie, natuur en milieu. Wat altijd bleef, was de humor.

In het boekje loopt Ter Heijden van Harpelsluis via Kopstukken, de Beetserwijk, de Sellinger bossen, de Zuid-Esweg en het Ruiten Aa Kanaal naar Laudermarke. Al wandelend vertelt hij over leven en werk van Stip in Westerwolde. Voor deze uitgave sprak hij met mensen die Kees Stip – en zijn vrouw Katja – gekend hebben, zoals Susan en Jos Gengler, die hun jeugd op een boerderij in Laudermarke doorbrachten. Maar ook met Hans Wachters en de inmiddels overleden Dirk Wolf uit Ter Apel, dichter Willem Jan van Wijk en pianiste Rebecca van Wijk-Remeijer (die samen met Stip musiceerde) uit Blijham, Stips stiefdochter Doron Fischer en beschermelinge dichteres Patty Scholten.
Ook staat hij stil bij het Theater van de Natuur in Sellingen, waar het gedicht Waterlandschap van Kees Stip is te lezen. De laatste regel – Nu en later is er hoop – was de titel van de expositie over Stip in Sellingen. Ter Heijden organiseerde deze, net als het Stipfestival in het Kees Stipjaar 2013, 100 jaar na de geboorte van de dichter in Veenendaal. Hij kreeg er in 2014 de Cultuurprijs van de gemeente Vlagtwedde voor.

Er zijn door de auteur ook twee Kees Stipwandelingen uitgezet, een lange en een kortere.
Beide leiden o.a. langs het huis van Stip in Laudermarke, het Theater van de Natuur en het huis in Sellingen waar in  Stip  1995 werd geridderd. Hij dichtte daarover: Op deze mooie dag in mei / draaf ik als ridder door de wei, / en laat waar ik ga of sta / een spoor van riddersporen na.

. Ter Apel zien en dan sterven, 54 pagina’s, met foto’s van o.a. Herman Janssen en Reyer Boxem is à € 10,00 te bestellen bij Uitgeverij Vliedorp (www.zolderman.nl/vliedorp/vliedorp_gedichten.html) en vanaf 9 maart ook bij de boekhandel.



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc Oostendorp.
Klik hier voor deel 9



Het nieuwe nummer van LightenUp Online is uit met o.a. dit gedicht over het Engels  equivalent van Versvormen van Drs. P, zodat we ons goed kunnen verplaatsen in de gevoelens van de dichteres
Joan Butler : Missing, Presumed Read

May his feet become entangled, may his choriambs corrode;
May his dactyls be dissimilar in size;
May he meet a big cæsura when he’s halfway through an ode
And effect an unpoetical demise;
May his epigrams be epitaphs, his jingles out of joint,
His limericks awash with glooms and dooms;
May his haiku and his clerihews completely miss the point;
May he make a frightful mess of his pantoums;
May his spondees be despondent, every anapæst accursed,
Arrhythmia afflict each amphibrach,
He who dared to misappropriate my How to be Well-Versed
In Poetry −and never brought it back.
(First published in The Oldie)


Hieronder een plaatje van het bewuste boek, dat uiteraard ook in ónze redactieboekenkast staat en hier een link voor het hele nummer.



Het Feest der Poëzie slaat weer toe: Van de Tachtigers naar het Feest der Poëzie is een theatrale collage voor alle zintuigen over deze dichtersgroep uit de jaren '80 van de 19e eeuw met o.a. voordracht, foto's, zeldzaam video- en audiomateriaal en een bijzondere drank. Jacques Perk, Willem Kloos, Herman Gorter, Lodewijk van Deyssel, Frederik van Eeden – de Tachtigers, de generatie dichters die rond 1880 het aangezicht van de Nederlandse literatuur geheel veranderde. Wie waren ze? Wat dreef ze? Wat schreven ze? En ook: wat dachten ze van elkaars werk, hoe werden hun boeken gedrukt, wat aten en dronken ze, en hoe klonken ze? En hoe zet het Feest der Poëzie hun ideeën voort?

Simon Mulder, dichter en voordrachtskunstenaar, geeft in deze theatrale lezing antwoord op bovenstaande vragen. Hij vertelt het verhaal van de Tachtigers en draagt hun gedichten voor. 

Lennard van Rij reageert met een voordracht van een eigen, even vormvast gedicht op elk voorgedragen gedicht van de Tachtigers, en toont hoezeer de vaste vorm nog levend en wel is.

Verder is er muziek, zang  en drank en wie daarover meer wil weten moet maar even op de link klikken:

zaterdag 21 maart 2015
deur open: 19:45 uur
aanvang: 20:15 uur
einde: ca. 22:00 uur
locatie: Pintohuis, St. Antoniesbreestraat 69, Amsterdam
entrée: 6,- euro  
meer informatie/reserveren: www.feestderpoezie.nl





Kijk eens aan, het moest er van komen: een nieuwe poëziecursus die aandacht besteedt aan de vorm, zoals wij dat graag zien.
Het is een cursus van de (volledig digitale) literaire schrijfschool Editio.nl. en wie op deze link klikt zal daar aanzienlijk meer te weten komen dan in dit stukje.
De cursus is geschreven door Jos Versteegen, bekend bij lezers van het helaas ter ziele gegane literaire blad De tweede ronde, dat zoveel light verse in zijn pagina's stopte.
En door dichter Victor Schiferli. Maar die kennen we niet.
Gedurende zeven weken krijg je elke week nieuwe lesstof, en daaraan zijn opdrachten gekoppeld. Vragen stellen aan de docent gaat heel eenvoudig via de site en de cursisten kunnen onderling chatten.
Voor wie regelmatig Het vrije vers leest en af en toe smartelijk denkt 'Dat wil ik ook kunnen!': kijk eens op Editio.nl.
 In zeven weken krijg je een stoomcursus poëzie. Alle onmisbare informatie komt langs: beeldspraak, rijm en metrum, sonnetten en vrije verzen.
Van de haiku tot het sonnet – zo had de cursus eventueel kunnen heten, maar dat was flauw geweest.

Subcategorieën

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Log in op de site

Forum (recent...)

Uit het archief

Ollekebollekes

Heilige Luis

Winnende handsbal nu
Held met schlemielengeur
Uruguay verder
Suárez krijgt rood

 

Door zijn zo dubbele
Wegcijferwilligheid
Maakt hij Oranjes
Finalekans groot


 

Prognose

Mooie finalestrijd
Leeuw versus adelaar
Ik steun de Manschaft
Al doet het ook pijn

Holland wekt wrevel en
Bloeddrukverhogendheid:
Heulen met Duitsland
Is hét medicijn

 

 

Koop koop koop