Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



De sonnettenkrans


Het sonnet is een gedicht van veertien regels.
Sinds de zestiende eeuw maken dichters sonnettenkransen: de laatste regel van het eerste sonnet is dan de eerste regel van het tweede sonnet, de laatste van het tweede is de eerste van het derde, etcetera.
De laatste regel van het veertiende sonnet is dan weer de eerste regel van het eerste sonnet.
Zo zijn er veertien sonnetten met elkaar verweven.
De laatste regels van die veertien sonnetten vormen samen weer een nieuw sonnet: het meestersonnet.

De sonnettenkransenkrans

Martijn Neggers en Bas Jongenelen kwamen er in november 2015 achter dat er nog nooit iemand een sonnettenkrans van veertien meestersonnetten heeft gemaakt. Ze besloten een literair experiment te starten, met als vraag 'Is het mogelijk om een sonnettenkransenkrans te schrijven?'
Om deze vraag te beantwoorden zijn 14 x 14 = 196 sonnetten nodig.
Veertien sonnettenkransen van ieder veertien sonnetten.
Iedere krans levert één meestersonnet, en samen leveren deze veertien meestersonnetten één grootmeestersonnet (de term 'grootmeestersonnet' is een nieuwe literaire term). De 196 sonnetten zorgen voor 211 sonnetten in totaal.

Aangezien 196 sonnetten een enorme hoeveelheid is, besloten Neggers en Jongenelen hulp te vragen van andere dichters. De sonnettenkransenkrans werd een crowd-sourcing-project. Eind januari 2016 hadden 54 dichters de 196 sonnetten geschreven.
Het was gelukt!
De eerste sonnettenkransenkrans uit de geschiedenis van de wereldliteratuur is gemaakt.
Hij heeft de titel Een kruisweg van alledaags leed meegekregen.

De auteurs

De dichters die eraan meeschreven, zijn: Oscar van Asselt, Hilde van Beek, Mark Boninsegna, Jaap van den Born, Contessa Varsal, Jan Couwenberg, Daniëlle Diemel, Daan Doesborgh, Anneke Dunning, Femke Dunning, Marion Dunning, Arjan van den Ende, Jaap Goedegebuure, Mart van Gompel, Ingeborg Haalboom, Quirien van Haelen, Rosanne Hertzberger, Annemieke Houben, Martin Hulsenboom, Jan de Jong, Bas Jongenelen, Jeroen Kant, Frank Fabian van Keeren, Rutger Kiezebrink, Willem Kloos, Peter Knipmeijer, Renate Kock, Kyra de Kruif, Hannelly Krutwagen, O.B. Kunst, Marino van Liempt, Anne-Marie Maartens, Marco Martens, Meester Alex, Nelleke Moser, J.A. dèr Mouw, Simon Mulder, Martijn Neggers, F.F. Negmeijer, Menno Olde Riekerink Smit, Johan Oosterman, Frank van Pamelen, Jacques Perk, Joost Peters, Lennard van Rij, Harrie van Rooij, Miguel Santos, Wen van der Schaaf, Frank Scheelen, Kris Strybos, Daan Taks, Rudie Verbunt, Benjamin N. Vis, Wout Waanders, Martijn Wijngaards en Hanneke Willemstein.

Maar wat heb je aan gedichten als deze niet gepubliceerd zijn?
Vandaar dat Neggers en Jongenelen besloten om de sonnettenkransenkrans uit te geven als boek en als poster.
Om de 211 sonnetten mooi uit te geven is een boek nodig van ongeveer 250 pagina's: ieder sonnet krijgt zijn eigen pagina, zodat ieder sonnet goed tot zijn recht komt. Bovendien is er een inleiding nodig met uitleg over wat een sonnettenkransenkrans is. Op de poster komen alle sonnetten naast en onder elkaar te staan, zodat in één oogopslag zichtbaar is hoe ingewikkeld de gedichten met elkaar verweven zijn.

Het boek en de poster

Het drukken van het boek en de poster kost geld. Het is logisch dat een project dat via crowd-sourcing ontstaan is, via crowd-funding gefinancierd wordt.
De foto boven is knip-en-plakwerk van de 211 sonnetten. Het geeft een beetje een beeld van hoe de poster eruit komt te zien.
Twee dingen: de poster wordt op A0-formaat, zodat de sonnetten goed leesbaar zijn. En de regels die naar de meestersonnetten en het grootmeestersonnet springen krijgen een kleurtje, zodat je kunt zien hoe de sonnetten met elkaar verweven zijn.

Doneer nu:  https://www.voordekunst.nl/projecten/4154-eerste-sonnettenkransenkrans-ter-wereld-1


 

Klik hier



Van Remko Koplamp verscheen alweer een nieuwe bundel ollekebollekes: All inclusive.
Een fraai uitgevoerd boekje met vele illustraties in kleur en van het niveau dat we hier van hem gewend zijn.
Behalve een aantal dat al op Het vrije vers gepubliceerd is, ook nieuw materiaal en een feest om door te bladeren en te genieten van de plaatjes.
En voor wie kan lezen daarbij óók nog het genot van de dubbele dactylus.
Hier een voorproefje:



Remko Koplamp All Inclusive
Uitgave Mjnbestseller, 80 pagina's
ISBN 9 789463 187398
E 12,90
Rechtstreeks te bestellen via deze link



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 57 klik hier.



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 56 klik hier.



Voor de twintigste keer organiseert Bibliotheek Almelo, samen met De Twentsche Courant Tubantia de jaarlijkse dichtwedstrijd naar aanleiding van een gegeven regel door een gastdichter.
Dichter Ellen Deckwitz heeft de nieuwe zin bedacht. Zij werd door de vorige gastdichter Ingmar Heytze uitgenodigd om de regel voor 2016 te bedenken. Deckwitz kwam met de volgende regel: 'Wat moeten we toch met al die vogels'

Over de historie van de dichtwedstrijd

In de zomer van 1996 constateerde dichter Willem Wilmink, te gast in een radioprogramma vanuit de bibliotheek, dat poëzie in vroeger eeuwen een veel socialer karakter had dan nu. Hij verwees naar de 15e-eeuwse dichter / prins Charles d’Orleans die gasten op zijn kasteel pas toeliet nadat zij een gedicht hadden gemaakt op de vaste regel: “Ik sterf van dorst met de fontein voor ogen”. Het leek Wilmink een aardig idee om zoiets weer in ere te herstellen. De bibliotheek nam de uitdaging aan en vroeg Willem om een passende regel te bedenken die in de ingezonden gedichten moest voor komen. Via publicatie in met name De Twentsche Courant Tubantia resulteerde dat in 320 inzendingen. Wilmink vroeg vervolgens Jean Pierre Rawie om hem op te volgen. Dit leidde er toe dat achtereenvolgens Driek van Wissen, Drs.P., Patty Scholten, Jan Boerstoel, Ivo de Wijs, Kees Torn, Frank van Pamelen, Jan J. Pieterse, Katinka Polderman, Maarten van Roozendaal, Theo Nijland, Daniël Samkalden, Gerard Haverkort, Sjoerd Kuyper, Ted van Lieshout, Tjitske Jansen en Ingmar Heytze elkaar als gastdichter opvolgden.

Voor meer bijzonderheden en de spelregels klik hier.



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 55 klik hier.

Vanaf de achterflap van Massamoord is ook maar een woord lacht me de jonge, fris ogende lightversedichter Frank Fabian van Keeren vol zelfvertrouwen toe. Hij is duidelijk ingenomen met het leven en daar heeft hij alle reden toe. Zijn debuutbundel mag niet alleen worden gezien (fraai uitgegeven, alleen zonde van de haast onleesbaar kleine letter) maar ook worden gelezen (gedegen vakwerk). Massamoord is ook maar een woord is een verrassing aan het begin van 2016 waarmee het talent Van Keeren zich nadrukkelijk toont aan de wat kwijnende wereld van het plezierdicht.

Grote woorden? Ja en nee. Mijn waardering geldt vooral de taalvaardigheid van Frank Fabian, zijn vermogen om, binnen een vaste vorm, het metrum soepel naar zijn hand te zetten en het rijm natuurlijk te laten klinken. Dat is een kwestie van vakmanschap. Slechts op een enkele plaats komt een zin geforceerd over en dat is elke debutant met liefde vergeven. Vakbekwaamheid is de basis voor een ook inhoudelijk geslaagd plezierdicht.  Dat vakmanschap is aan de hand van gegeven vormregels te objectiveren, al zal een oordeel nooit ieders goedkeuring wegdragen, (zie menige discussie op het forum van deze site). Een inhoudelijk oordeel kan per definitie niet rekenen op algemene instemming, want is subjectief. Hier kom ik zo op terug.
Wat treft u aan in Massamoord is ook maar een woord? Zeven sonnetten over historische personen in het hoofdstuk Biografieflarden, het titelloze openingssonnet over Adam niet meegerekend. Verder bevat de bundel (68 pagina’s) ollekebollekes over voornamelijk historische figuren, ondergebracht in de afdelingen Variëteitskwartet, Oude Beschavingen, Napoleon Bonaparte en Hendrik VIII. Het boek sluit met Beknopte geschiedenis van Leidse singels, een lang, onberijmd wat studentikoos verhaaldicht dat een verdwaalde eend is in deze bijt en m.i. weinig aan de bundel toevoegt. Hier het eerste ollekebolleke uit Biografieflarden.

Adolf Hitler
(Führer van het Derde Rijk, 1933 – 1945)

Knullige frontsoldaat
Matige kunstenaar
Aquarelleerde
Maar niet al te best

Werd ook geleidelijk
Antisemitischer
Ach en
Vermoedelijk weet u de rest

In dit vers zijn de kritische kanttekeningen verenigd die ik over Massamoord is ook maar een woord zou willen maken. De techniek is soepel en op de vorm is niets aan te merken. Op de inhoud in eerste instantie ook niet trouwens, toch wringt daar voor mijn gevoel de schoen, namelijk bij de uitwerking van de inhoud. Die is gedegen maar weinig verrassend. Dat geldt grosso modo voor heel veel verzen, alsof ze het vooroordeel willen bevestigen dat het thema van de bundel -geschiedenis- nou eenmaal weinig opwindend is. Je zou van een jonge debutant inderdaad een andere vertrekpunt verwachten. De gedichten hebben mijn bewondering gewekt vanwege het eerder genoemde vakmanschap waarmee ze zijn geschreven. Ze hebben me echter zelden tot een glimlach verleid, me niet laten grinniken en ze ontlokten me al helemaal geen lach. Dat vind ik een gemiste kans. Een bundel met light verse moet de lezer namelijk ook zo nu en dan prikkelen met onverwachte plotwendigen, grappige omkeringen, bizarre situaties, hilarische zelfspot, gênante ontwikkelingen, komische persoonstyperingen, fraaie staaltje taalacrobatiek, subtiele verwijzingen etc. Dat tref ik te weinig aan in Massamoord is ook maar een woord. De meeste gedichten ademen daarvoor een wat saaie, te intellectualistische sfeer.

Is daarmee deze bundel afgeserveerd? Zeker niet, integendeel. Elke liefhebber van light verse mag hem de komende maanden een prominente plek gunnen op zijn leestafel, goed zichtbaar voor de gasten. Niet alleen omdat een debutant alle coulance verdient, maar vooral omdat het een technisch gedegen werk is dat me nu al doet uitzien naar zijn opvolger. Wel zou ik Frank Fabian van Keeren in overweging willen geven de uitwerking van zijn onderwerpen dan meer schwung mee te geven. Vooruit, om mijn opmerkingen wat te relativeren, als afsluiting een geestig sonnet uit Biografieflarden.

Pepijn de Korte
(751 – 768, Eerste koning der
Franken, vader van Karel de Grote)

Als koning was hij een markant figuur
Zijn moeder noemde hem haar ukkepukje
En was zijn heerschappij van lange duur
Dat lange sloeg dus niet op zijn postuur

Dat leidde wel tot menig ongelukje
De beste man kon immers nergens bij
Dus kukelde geregeld van een krukje
En toen hij oud werd kromp hij zelfs een stukje

Gevoel voor humor had hij generlei
Je moest er in zijn bijzijn dus voor waken
Dat je maar niets over zijn lengte zei

Vooral niets lolligs, want dan fronste hij
En antwoordde gevat op zulke zaken:
“Ik laat u straks een kopje kleiner maken”

Massamoord is ook maar een woord, Frank Fabian van Keeren
Omslag, Martijn Neggers
ISBN 978-94-90855-14-
Uitgeverij, Geroosterde hond, Tilburg 2015
Prijs € 15, exclusief verzendkosten



De Salon der Verzen was twee seizoenen lang een groot succes op het 18e-eeuwse Huize Frankendael te Amsterdam, maar gaat nu op reis en komt langs in verschillende steden. De eerstvolgende editie zal plaatsvinden in Amsterdam op 13 februari 2016 bij het Pianola Museum.

Wie?
Diverse dichters, onder wie Robin Veen en Simon Mulder, zullen voordragen. Zij doen dat o.a uit hun bijdragen aan Avantgaerde, een uit lood gezet, op een drukpers uit 1913 gedrukt en handgebonden periodiek voor de dichtkunst. Ook is er muziek: sopranen Susanne Winkler en Karstine Hovingh en pianist Daan van de Velde brengen onder andere Nederlandstalige klassieke liederen. Tevens demonstreert Kasper Janse, conservator van het Pianolamuseum, een pianola en een bijzondere grammofoon met Nederlandse muziekrollen en platen. Tenslotte brengt verwonderaar Arjan van Vembde een bijzondere magie-act.

Voor wie?
Voor zowel doorgewinterde poëzie- en klassieke-muziekliefhebbers als iedereen die nog niet eerder kennis heeft gemaakt met gedichten, voordrachtskunst of het klassieke lied.

Waar en wanneer?
Locatie: Pianola Museum, Amsterdam
Datum: zaterdag 13 februari 2016
Zaal open: 20:00 uur
Aanvang: 20:30 uur
Entree: 12,50 euro
U kunt nu reserveren

 



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 54 klik hier.



Prediker
door Jaap van den Born is een versificatie in ollekebollekes van het gelijknamige bijbelboek. Van den Borns fixatie op de bijbel bleek ook uit zijn vorige bundel Dubbele moraal waarin hij in de gelijknamige versvorm elkaar tegensprekende bijbelteksten behandelt. Dat leverde een prachtig resultaat op. Vergeleken met Prediker is Dubbele moraal lichte kost. En dat is heel begrijpelijk. Het boek Prediker dat, waarschijnlijk ten onrechte, in sommige kringen nog aan Koning Salomon wordt toegeschreven, bevat immers een aantal losse spreuken, wijsheden, aforismen en overpeinzingen die lang niet altijd duidelijk, laat staan eenduidig zijn.

De vertaling van de teksten heeft tot op de dag van vandaag een stoet van deskundigen voor raadsels geplaatst. Neem bijvoorbeeld de spreuk ‘Alles is ijdel’. De meesten van u zullen die, bijna tot dooddoener verworden, wijsheid hebben leren opvatten als ‘Alles is vergeefs’ of ‘Alles is zinloos’. Dat blijkt inmiddels volgens de huidige inzichten niet juist. ‘IJdel’ dient begrepen te worden als ‘vluchtig’. 'Alles is leegte en lucht' luidt de thans vigerende interpretatie, wat dan indirect weer verwijst naar een hoge mate van zinloosheid. Toch geldt dat laatste ook weer niet voor alles, houdt het boek Prediker ons voor, want liefde, werk en intellect kunnen een mens blijvende voldoening schenken, wat het bestaan minstens voor een deel weer zinvol maakt. 

Afijn, voor wie zich verder wil verdiepen in de filosofische oprispingen van de onbekende wijsheidleraar biedt het internet tal van verwijzingen naar bronnen die geraadpleegd kunnen worden. Daar kunt u ook te weten komen dat de invloed van Prediker reikt tot in het werk van Pete Seeger (Turn, Turn, Turn) en Jan Kal (Fietsen op de Mont Ventoux). Ook de anonieme denker wiens overwegingen ik aantrof op een schutting in Biddinghuizen is waarschijnlijk bekend met en beïnvloed door het boek Prediker: ‘Het lefe heb geen sin, het is foorbij eer het begin.’ U heeft uit mijn badinerende toon in deze alinea al begrepen dat ik niet veel opheb met oude woestijnteksten als in het boek Prediker waaraan mensen in deze tijd hun wereldbeeld ontlenen en toetsen. Hoe desastreus dat kan zijn, zien we dagelijks op tv. 

Dat heeft de alom gewaardeerde lightversepoëet Jaap van den Born er niet van kunnen weerhouden met het boek Prediker aan de slag te gaan in de traditie van het plezierdicht. Op een volstrekt originele manier, wat hem zeer tot eer strekt. Zelf zegt hij over deze vermetele onderneming: ‘Mijn uitdaging was een serieuze tekst zo woordelijk mogelijk om te zetten in ollekebollekes om te bewijzen dat deze vorm zich zelfs dáár voor leent.’ U zult dus, lezer, de oorspronkelijke tekst naast de ollekebollekes moeten leggen om te kunnen beoordelen in hoeverre de laatste winnaar van de Kees Stipprijs daarin geslaagd is. Een werk waar u zich niet aan moet vertillen. Van den Born blijft in zijn ijdel streven aardig overeind. Het openingsvers:

Prediker

‘t Is maar een alias
Zogenaamd Salomo
Maar die heeft nooit
Deze woorden gezegd

Door de rabbijnen en
Autoriteitsontzag
Kwam het godlof
In de bijbel terecht

Prediker eindigt met een waarschijnlijk corrupte epiloog. Die valt midden in een ollekebolleke, vandaar dat de eigenlijke tekst bij Jaap van den Born eindigt met een kwatrijn. Op zich is dat een mooie toevalligheid want dat maakt het slot pregnanter. Het kwatrijn vat de kern van het hele boek als het ware bondig samen:

IJdelheid! IJdelheid!
Dat zegt de Prediker
IJdelheid! IJdelheid!
Leegte en lucht!

Tussen het geciteerde begin en het slotvers staan de woorden van Prediker, daarna de toegevoegde epiloog, die ook in de bewerkte tekst van Jaap van den Born is opgenomen.

Het illustere boek heeft in religieuze kringen tot veel onmin en heibel geleid. Of de bewerking in ollekebollekes door Van den Born een mediërende functie kan vervullen tussen de verschillende kampen, waag ik te betwijfelen. Zijn teksten en taal verraden immers al te zeer de stiel van hun maker: light verse. Een voorbeeld, de tweede strofe van het laatste gedicht op pag. 26. ‘Zie van de dingen het/Enerzijds-anderzijds/Spaar dus de kool/En het liefst ook de geit.’



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 53 klik hier.



Om het Liber Amicorum voor Daan de Ligt te bestellen klik hier. 



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 52 klik hier



Van Hans Manders, gemeentedichter van Bernheze, maar hier meer bekend van de fraai verwoorde In Memomoriamgedichten die hij op Het vrije vers publiceerde, is de bundel Mooi van… verschenen.
De bundel bevat gedichten over diverse Bernhezer onderwerpen, van de aanstelling van de nieuwe burgemeester tot de uitreiking van de cultuureducatieprijs 2015.
Maar ook over maanden en seizoenen, Nijmegen en Rome, voetbal en wielrennen, een molen en een koe, het leven met en zonder bril, en over de dood natuurlijk.
Kortom: over alle onderwerpen die hem als (gemeente)dichter inspireerden.
Sonnetten voeren de boventoon, maar er staan in deze bundel ook andere gedichten, rijmend en niet rijmend. Ze worden allemaal voorafgegaan door een inleiding, zodat ze niet zonder onbegrip gelezen hoeven te worden.

Mooi van ... (131 pagina's, ISBN: 978940241528) is gepubliceerd via het self-publishingplatform Brave New Books.
Het boek is te koop bij www.bol.com/bravenewbooks, of rechtstreeks via deze link.
Prijs: €14,95

 

De tarantella van Pulcinella is een reeks van 15 sonnetten, geschreven door Hans Franse. Elk gedicht is verluchtigd met prachtige afbeeldingen uit het boek Masques et bouffons van Maurice Sand, uit 1860. De ondertitel van dit werk luidt comédie italienne en dat is de wereld waar de dichter zijn publiek in De tarantella van Pulcinella naar toe voert. Het Napels uit de Renaissance is de plaats van handeling, een stad die wordt geregeerd door een vadsige koning met een manzieke echtgenote. De commedia dell’artegroep van leider Pulcinella speelt en improviseert voor het gewone volk een nieuw stuk vol overspeligheid. De grappen en grollen van het haveloze en hongerige gezelschap zijn niet van de lucht. De spelers oogsten applaus. Na afloop nodigt een dienaar van het Hof hen uit die avond tijdens een feestbanket te komen spelen voor het koningspaar en hun gasten. Hun beloning zal vorstelijk zijn: onbeperkt eten en muntgeld toe! Pulcinella ziet hoezeer de jonge prinses zich bij haar man verveelt die onder het eten in slaap sukkelt. Het vervolg laat zich raden.

Hans Franse weet de vele gezichten van Napels -rijkelijk voorziene markten, grauwe armoede met stinkende stegen, en de decadente overvloed van het Hof- in zinnelijke beelden te vangen. Ook Pulcinella, de hoofpersoon in deze cyclus, is beeldend getekend. In de schijnwerpers van het hooggeëerde publiek lijken zijn dagen te verlopen als een tarentella, de springerige Zuid-Italiaanse volksdans, vrolijk en snel. Maar in de laatste paar gedichten laat Franse de echte Pulcinella zien die achter het masker van deze losbol en opportunist schuilgaat. Iemand die zijn maskerade voor meer nodig heeft dan voor het aannemen van een gespeelde identiteit. En dat zet de dichter in het slotsonnet aan het denken over zijn eigen leven, over de Pulcinella in hemzelf.

Hans Franse noemt zijn gedichtencyclus een sonnettenkrans. Om die naam met recht te kunnen claimen is meer nodig dan vijftien sonnetten met een onderlinge samenhang. Dat had een snelle blik in een naslagwerk voor poëzie hem al kunnen leren. En ja, in Uitnodiging (pag. 19) is in de derde regel het woordje ‘te’ weggevallen. Gelukkig maar, anders had deze recensente helemaal niks te klagen gehad. De tarantella van Pulcinella is immers een prachtige bundel, zowel wat vormgeving als wat inhoud betreft.

De vraag dringt zich op of De tarantella van Pulcinella op een site voor light verse besproken moet worden. De inhoud is wel geestig en humoristisch, maar heeft ook de gelaagdheid die je bij poëzie verwacht. Toch misstaat een recensie van deze bundel hier niet. De verzen zijn immers lichtvoetig wat mét de gehanteerde vorm, het sonnet, een bespreking als lightversewerk hier rechtvaardigt. Met die stelling begeef ik me op glad ijs. Er woeden hier immers regelmatig discussies over de vraag of een gedicht wel of geen light verse is. Voor scherpslijpers verdient een vers dat predicaat uitsluitend als het strikt voldoet aan hun vormregels. Het gaat hun dan om zaken als enjambement, regellengte, metrum en rijm. Hans Franse gaat vrijelijk om met die voorschriften. Zijn sonnetten voldoen namelijk geen van alle aan de keurige regels die voor deze versvorm binnen het genre light verse schijnen te gelden. Juist daarom is De tarantella van Pulcinella zo geslaagd. Had Franse wel overal netjes lettergrepen geteld en braaf de beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen om en om afgewisseld, dan had hij de plank misgeslagen. Het zou immers volkomen ongeloofwaardig zijn geweest een commedia dell’artegroep ten tonele te voeren die zijn publiek in gelikte salonverzen bedient. Het onverwachte, het onbedachte wat kenmerkend is voor de commedia dell’arte geeft de sonnetten van Franse de spontaniteit die ze noodzakelijkerwijs moeten uitstralen. Vorm en inhoud vallen samen in een mooi verhaal! En ook dat maakt deze bundel een absolute aanrader voor iedereen.



Uitgeverij Liverse
heeft met De tarantella van Pulcinella een opvallend sterke bundel toegevoegd aan een gestaag groeiend fonds. En met Hans Franse is er een dichter in huis gehaald die een geslaagde proeve van bekwaamheid heeft afgelegd. Hieronder als voorbeeld het eerste gedicht met de afbeelding van Pulcinella.

PULCINELLA IN NAPELS

Over Napels waait een warme wind
Pulcinella heeft honger, zijn maag
genoot geen overvloed vandaag

hij kijkt rond of hij wat te eten vindt.

De markten zijn vol met het allermooiste fruit:
watermeloenen, perziken, sinaasappels en peren,
rijke pasta, vis, gevogelte met en zonder veren;
en alles wat lekker is; zijn ogen zoeken uit.

Een fontein geeft hem water, zijn tong was een lap.
In zijn zak vindt hij zelfs geen rooie cent.
Dan speelt hij zijn spel over leven en dood.

Met een grimas, een buiging, een grap.

De arme die de harde wereld kent
lacht en deelt zelfs zijn laatste stuk brood.


De tarantella van Pulcinella, Hans Franse
Illustraties uit: Masques et bouffons, Maurice Sand
Presentatie: zondag 17 januari 16.00 uur, Haagse Kunstkring, Dennenweg Den Haag
Tentoonstelling: 6 januari tot 2 juni Haagse Kunstkring

ISBN 978-94-91034-66-4
Liverse, Dordrecht 2015
Prijs € 15,95  



Aanschaffen dat tijdschrift, jongelui.
Al was het maar om de fouten in dit (verder met terechte lof gevulde) artikel uit het Dagblad vh Noorden te ontdekken





Mysterie

Zie mij, Frits Criens in pose; op verzoek
Vereeuwigd door de maker in een beeld
Voor dit portret heb ik een man gespeeld
Die zich laat lezen als een open boek

Ik koos aanraakbaarheid als invalshoek:
En face, een glimlach die mijn grijns verheelt
Een open oogopslag die kijkers streelt
Zwart-wit; zo zocht ik de gewenste look

De foto raakt niet eens aan wie ik ben
Geen camera heeft daartoe het vermogen
Geen beitel, schilderskwast of dichterspen

Mij willen kennen is een ijdel pogen
Ik weet niet eens of ik mezelf wel ken
Wellicht heb ik me uit mijn duim gezogen

Frits Criens


Vanaf 15 december tot 3 februari is in Centre Ceramique in Maastricht een foto- en gedichtenexpositie te zien van 20 zuidelijke dichters. De portretfoto’s zijn gemaakt door fotograaf Jean Scheijen. Alle dichters schreven een gedicht bij hun portretfoto. De expositie is vrij toegankelijk. Bij de expositie verschijnt een essay van schrijver Anton Dautzenberg. 


Deelnemende dichters

Aan de expositie Spiegelbeeld nemen deel de dichters Maarten van den Berg, Huub Beurskens, Michelle Bracke, Chrétien Breukers, Frans Budé, Emma Crebolder, Frits Criens, Kreek Daey Ouwens, Hans Dekkers, Daan Doesborgh, Quirien van Haelen, Leo Herberghs, Leo Hermens, Rouke van der Hoek, Lucas Hüsgen, Sasja Janssen, Manuel Kneepkens, Wiel Kusters, Ton van Reen, Hans van de Waarsenburg en Amber-Helena Reisig. 
Na deze expositie zijn te foto’s en gedichten vanaf 3 februari te zien en te lezen op dichterinbeeld.nl.
 



 



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten door Marc van Oostendorp.
Voor deel 49 klik hier.

Na jaren noeste arbeid is eindelijk het moment daar: de debuutbundel van Frank Fabian van Keeren getiteld 'Massamoord is ook maar een woord' verschijnt bij uitgeverij Geroosterde Hond. 

In 'Massamoord is ook maar een woord' werpt hij met veel humor nieuw licht op historische theorieen die jaren lang klakkeloos voor waar zijn aangenomen. Hij portretteert daarbij een groot aantal leiders van naam die we, met de kennis van nu, met een gerust hart als dictatoir kunnen beschouwen. Wij noemen onder anderen een Maria Tudor, een Toetmosis, een Hendrik de achtste en een Adolf Hitler. 

De presentatie zal plaatsvinden in LOUD, aan de Posthoornstraat 9 in Rotterdam en wordt opgeleukt met voordrachtjes van Peter Knipmeijer en Quirien van Haelen. Ook is er muziek, worden er bundels verkocht en is Frank Faban bereid om uw bundel te signeren.

 

 



Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten, door Marc van Oostendorp.
Voor deel 48 klik hier.

Subcategorieën

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Log in op de site

Forum (recent...)

Uit het archief

bij de dood van driek

Het was bij hem niet nodig om te gissen
Naar wat hij had bedoeld met een gedicht,
Je vroeg je ook niet af wat hij wellicht
Verstopt had achter woordbetekenissen.

Een metrum, rijm, voor velen hindernissen,
Zag hij juist als een doel, een soort van plicht.
Met vaste vorm hield hij zijn verzen licht
En wist zo onze blik vaak te verfrissen.

De dood, waar iedereen een keer voor zwicht,
Die over onze levens kan beslissen,
Heeft plotseling zijn blik op hem gericht.

Helaas, we zullen hem nu moeten missen
En ook die strik en zijn bebaard gezicht
Maar niet de poëzie van Driek van Wissen.

Koop koop koop