Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

           
                          Voor Johan Andreas Dèr Mouw  

Je lijkt op iemand, en ‘k weet niet op wie.
Soms lijkt het of je ’n halve aardkloot bent.
Op boomstronken sjouw jij een continent 
door India, in een menagerie. 

Adwaita is je naam, de schildpad die
de maharadja zelf nog heeft gekend:
tweehonderdvijftig jaar balancement
en stil bioscopeert mijn fantazie. 

Tenslotte stierf je. Men behield je schaal
en een koolstofmeting moet nu gaan bepalen:
was jij het oudste dier ter wereld toen?

Er rest een schild vol korstmossen en gras.
Maar een Brahmaan herrijst steeds uit zijn as.
Ja, één keer nog je leven overdoen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Epifanie

 

De opmaat van het verse jaar bespant
de grond met flinterdun wit vilt. De lucht
kneedt winterharde wolken, dicht beplant.
Een toverhazelaar pakt uit. Berucht

bericht van kale klauwen waar als vaan
een gele sjerp in hangt. Zo schel als goud
van ver. Van dichtbij zie je sterren staan,
van bloemblad, licht gekruld. Het hout blijft koud.

Kijk daar: drie spreeuwen hebben opgelet,
hun wijze kelen lachen om het fel
geluk dat plaatselijk is ingezet.

Een rijk begin op arm hout. Goed en wel
kwartier gemaakt, bewonderd, dan ontzet:
door wind van stam gejaagd – op hoog bevel.

 

 

 

Koop koop koop