Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

           
                          Voor Johan Andreas Dèr Mouw  

Je lijkt op iemand, en ‘k weet niet op wie.
Soms lijkt het of je ’n halve aardkloot bent.
Op boomstronken sjouw jij een continent 
door India, in een menagerie. 

Adwaita is je naam, de schildpad die
de maharadja zelf nog heeft gekend:
tweehonderdvijftig jaar balancement
en stil bioscopeert mijn fantazie. 

Tenslotte stierf je. Men behield je schaal
en een koolstofmeting moet nu gaan bepalen:
was jij het oudste dier ter wereld toen?

Er rest een schild vol korstmossen en gras.
Maar een Brahmaan herrijst steeds uit zijn as.
Ja, één keer nog je leven overdoen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Het gedicht


(Caspar David Friedrich, 1835, Herfst)

Hoge bomen aan het water
neigen zwijgend in de wind.

Donk're bossen, wijdse heiden,
liggen stiller, zonder zon.

Regen veegt verstoorde sporen
van de langbegane laan.

Stormen vormen kwade dagen,
kraaien waaien uit hun huid.

Oude houten kromgetrokken
struiken buigen tot de grond.

Grijze zwijnen, samengaande,
zoeken voedsel als het kan.

Op de grond, de vele beestjes
zijn verscheiden, afgemat.

Witte vissen onder golven,
in de kilte trager gaand.

Buiten luiden gakgezangen,
tomen vogels trekken weg.

Langverwachte keuren kleuren
maken blaad'ren wondermooi.

Voel de koelte van de nachten,
binnen is het heerlijk weer.

Lekker herfstig zijn de tijden,
witte winter gonst z'n komst.

Koop koop koop