Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Eindelijk heb ik een bewonderaarster!!!
Mien!
Is zij mooi? 
Niet te jeugdig nog? 
Dan wordt Mien de Mijne!
Want zo'n artikel doet plezier!
Temeer daar het een plezierdichter niet gauw te beurt valt. 
Bij ons, in de pretdichterijsector, vinden wij het al lang heel normaal dat er aan onze pennevruchten nul komma nul aandacht wordt besteed.
Hoewel Heinz Polzer ooit schreef, in zijn inleiding tot Letterkundig verskwartet: 'Het lijkt me ergerlijk om helemaal geen aandacht van de pers te krijgen'.
Maar dat is inmiddels dertig jaar geleden!
Sindsdien is het met de dichtkunst zeker niet bergop gegaan. Vroeger had De Standaard nog af en toe een bespreking van een dichtbundel, waarin dan altijd enkele verzen of versregels werden aangehaald waar ik geen bal van begreep. Maar dat is nu ook verleden tijd. Sinds onze grote parlandodichter Herman De Koninck de geest (groot woord) heeft gegeven is er in de media van dichtkunst geen sprake meer. Maar de poëzietijdschriften floreren nog, verpieterend, dat wel, maar er is toch nog altijd wat subsidie. 
Maar terzake.
Mien heeft het over asbest, ik over asbest. De eerste uitspraak is mij bekend, maar heb ik nog nooit gehoord.
Doordat ik nu eenmaal nog nooit met een Nederlander een gesprek over die gevaarlijke stof heb gevoerd. In deze contreien zegt iedereen asbést. 's Lands wijs, 's lands eer! Al lang leg ik een verzameling aan van woorden die in Nederland heel anders klinken dan hier, al is de spelling identiek. Ooit wil ik een gedicht schrijven dat alleen voor Vlamingen rijmt, en parallel daaraan een ander dat alleen voor Nederlanders rijmt. 
Ik denk dat het Belgisch Nederlands zo iets is als het Oostenrijkse of Beierse Duits, of het Frans van Genève of Québec.
Heel anders klinkend, en met een wat afwijkende woordenschat, maar toch niettemin duidelijk herkenbaar en verstaanbaar als Duits, resp. Frans.
En er zijn andere voorbeelden.
De Amerikanen hebben het Engels gestolen van de Britten en helemaal naar hun hand gezet. Waar hoor je nog, behalve bij een paar welopgevoede Londenaars, écht Engels? Zelfs op de BBC is het (behalve in de nieuwsuitzending) één en al plat gewauwel... 
'Verketje' is ook een woord dat over de grens niet wordt gehoord en misschien zelfs niet meteen wordt begrepen. 
Als we 't hebben over taal in Nederland en taal in Vlaanderen, dan is mijn indruk dat het Vlaamse Nederlands zich verrijkt heeft.
Want door Hollandse kranten te lezen en Hollandse literatuur, de NOS te volgen enzomeer, hebben de Vlamingen een passieve kennis verworven van de meest courante Hollandismen. (Ik weet nog goed dat mijn ouders in de jaren 1960 naar de VPRO keken omdat de programma's daar veel amusanter en interessanter waren dan op onze sukkelachtige BRT, maar in het begin vonden ze het Nederlands moeilijk te begrijpen en veel te snel gesproken... tot ze het stilaan gewoon raakten. Zodat wij vandaag Hollanders vrij geloofwaardig kunnen nadoen in hun tongval en woordkeus (wat hier dan ook vaak wordt gehoord).
Voor mijn vader of moeder bleef dat ondenkbaar.
Wij hebben dus ons Vlaams verrijkt en kunnen ons in het noorden al redelijk aanpassen.

Maar intussen blijven alle Vlaamse woorden en wendingen even courant als altijd. De dialecten verdwijnen niet, zoals de taalmeesters van de jaren 1950 hoopten. Integendeel - ze zijn nu ook gebruikelijk in televisiereeksen en bij de talloze stand-ups, zodat ook nu tussen de dialecten enige uitwisseling ontstaat.
Zo heb ik al heel wat West-Vlaams en Gents opgestoken, waar ik in de omgang mijn voordeel mee doe. We zijn dus ver verwijderd van Willem Elsschot, die een taalkundige gespletenheid had (met vrouw en kinderen altijd plat Antwerps, achter zijn schrijfmachine met juffrouw Van Dale op de schoot). 
In omgekeerde zin is van dit proces geen sprake, voor zover ik zie. 
Als een Nederlandse komiek het Vlaams wil nadoen spreekt hij Awels. Zou 't écht goed doen, niemand zou nog snappen waar hij 't over heeft. 
Drs. P keek veel naar de BRT (of VRT, zoals het vandaag moet heten, godbetert) en zei me herhaaldelijk dat hij de programma's beter vond en de taal neutraler en rustiger. 
Taalkwesties hebben mij altijd geboeid, ook Franse of Engelse taalkwesties, en ik ben beslist geen regionalist of dialectverdediger, maar een schoolmeester of 'onkruidverdelger' nog minder. 

Het recept dat Mien opgeeft van fritto misto ken ik niet. Het moet een Hollandse adaptatie betreffen.
Fritto misto is in mijn herinnering een mixed grill van stukjes vis en schaaldieren, behorend tot de volkskeuken, niet duur en vooral populair in Italiaanse kustgebieden. Tegenwoordig maken ze van alles een 'wrap'. Maar niet in Italië, waar de koks van hoog tot laag uiterst conservatief zijn. 
En wat Jacob Knödel aangaat: ik heb hem in het leven geroepen om een tegenwicht te bieden tegen de hedendaagse kunst, die ik vele jaren lang onderwezen en verdedigd heb, en waar ik nog steeds erg mee begaan ben.
Ik ben zo iemand die de Documenta van Kassel gaat bezoeken, en de Biënnale van Venetië, als het pas geeft.
Maar het is ook prettig om eens helemaal het tegenovergestelde te zeggen. Dat is de opdracht van Jacob! 
Met beste groeten, en geef Mien mijnentwege een dikke kus!
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Uit de Oude Doos

 

Gesprek tussen Mr. Drs. L.C. Brinkman en Drs. P ter opening van Bulkboek’s dag van de Literatuur  Den Haag, 1 maart 1989 (tekst van Drs. P)

B  Wie schrijft, die blijft
P  Wie leest, die is geweest
B  Geweest? Hoezo geweest? Wat wil dat zeggen?
    Voor mij klinkt dat bijzonder negatief
P  Als ik het dan even uit mag leggen
    Verlos ik u wel van dat ongerief
    Gesteld, dat men lectuur in handen heeft –
    Bijvoorbeeld een roman of een gedicht---
    Wel, wat gebeurt er dan?
B                                         dat men beleeft
     Wat die lectuur te melden heeft, allicht
P   Dat heeft u zeer scherpzinnig opgemerkt
     Het blijkt dat u zich ophoudt met cultuur
B  Jawel, maar daartoe blijft het niet beperkt
     De volksgezondheid geeft me rust noch duur
     En verder nog…
P                            Kortom, u heeft het druk
     Maar nu terzake weer. De mens die leest 
     Kan dan en later spreken van geluk
     Die is in zijn lectuur op reis geweest
     En kent een wereld die een ander mist
     Ik kan het ook nog anders formuleren
     Die is als ’t ware geestelijk toerist
     En heeft iets voor, dat mag men wel beweren
     Die is geweest waar velen nimmer komen
     Vandaar: wie leest…
B                                    Ja goed, gesnapt, accoord
     Maar waarom niet een ander rijm genomen? 
     Bijvoorbeeld geest, een indrukwekkend woord 
     Wie leest, verrijkt de geest, hoe lijkt u dat?
P   Hier horen wij nu eens een spreker die…
B   Wie leest die is geen beest, ik noem maar wat
P   Talent heeft, en gevoel voor poëzie
B   Wie leest, is onbevreesd zou ook wel kunnen 
     Wie leest, geniet het meest is lang niet gek
P   Ik zou u graag een uurtje spreektijd gunnen
     Maar drie minuten staan voor dit gesprek
B   Men leest ook in Uitgeest en Avereest
     Waardoor men van zwaarmoedigheid geneest
P   Er eindigt veel, dat geef ik toe op –eest
B   En wie een studie niet voltooit, die sjeest
P   Nu is er welgenoeg geznuwpeesd
B   Dus hier begint het literaire feest


 

Koop koop koop