Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

I
Voor Roodkapje

Je moeder is een manke toverkol
Je vader een mismaakt kozakkenpaard
Je oma is ook niet echt fijnbesnaard
Dat beest waarmee je aanklooit is hondsdol

Je rode mantel schijnt ontzettend door
Je huppelt door de bossen als een snol
En in die lievemeisjesdubbelrol
Schenk jij je lijf aan elke carnivoor

Zo breng je heel het sprookjesbos op hol
En tussen alle ranzigheden door
Spendeer je je verdiensten bij de waard

O, werd jij toch maar spoedig doodverklaard
Dan kwam de boel hier eindelijk tot rust
En werd ik weer eens door een prins gekust

Sneeuwwitje

II
Voor Sneeuwwitje

Zeg luister trut, je ligt maar in je kist
Koud en passief: geen hond merkt het verschil
Het is niet gek dat je niet wordt gemist
Rigide doos, je weet niet wat je wil

De mannen hier willen een echte griet
Geen wijf dat mekkert over standsverschil
Ik zal je zeggen, schat (bezeer je niet):
Ook sprookjesprinsen moeten soms van bil

Met jou het bed in duiken is een straf
Daarom vluchtten die dwergen naar hun mijn
Ze werden blijkbaar liever zwart dan wit

O, Koninklijk blok ijs, ik zeg je dit:
Je mag dan wel de allerschoonste zijn
Ik schop mijn boze wolf er nog van af


 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ode aan mijn tweelingbroer

 

Mijn tweelingbroer werd nooit geboren

Hij zag niet eens het levenslicht

Dus niemand zag ooit zijn gezicht

Of zal ooit van zijn daden horen.

 

Hij zou de vrouwen zeer bekoren

De mooiste was voor hem gezwicht

Hij had natuurlijk overwicht

En zou het mooiste doelpunt scoren.

 

Hij kwam in menig nieuwsbericht

Als soort van superman naar voren

Want hij verdiende wel zijn sporen.

 

Het is mijn dure dichtersplicht

Dat ik hem hier voor dit gedicht

Als onderwerp heb uitverkoren.

Koop koop koop