Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft




Ik was die nacht de schapen aan het tellen
Het waren er, zoals gewoonlijk, vijf
Ze lagen bij de cederboom te slapen

Het sneeuwde en de kou trok in mijn lijf
Dus ik ging even nieuwe takken rapen
Voor op het kampvuur waar ik graag bij zit

Daar hoorde ik die jengelende knapen:
Zo'n engelboyband met hun nieuwste hit
Ik riep mijn maten en er kwamen rellen

Ze hadden graag de nacht wat opgeleukt
We hebben ze compleet naar God gebeukt

 
 
 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Ornithologenpraat





Er is wat verwarring ontstaan over de zestienkleppengier. Het ontstaan van deze sympathieke aaseter werd in een gedicht onlangs abusievelijk toegeschreven aan Niels Blomberg, die zich haastte dit op het forum te ontkennen en de eer aan Peter Kniipmeijer gaf, die zich dit graag liet aanleunen. De waarheid is natuurlijk dat mijn verre voorvader Jacob Jacobszn van den Born dit dier al vermeldde in zijn in 1592 verschenen bundel met drankliederen Den suypenden Pluckvogel, zoals deze afbeelding bewijst. 

Koop koop koop