Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




Een ingehuurde bekkensnijder hield toezicht op het zedelijk gehalte van het gerijmel.


Het is Gedichtenweek.
In heel het land worden boekhandels, bibliotheken en buurthuizen overstroomd door tientallen liefhebbers van deze abberante kunstvorm.
Zelfs Tilburg, toch een beetje het Amstelveen van Gelderland, ontkwam gisteren niet aan een evenement: LichteGedichtenDag.

Omdat het hier geen échte poëzie betrof trok deze voorstelling allerlei randfiguren aan en zagen 580 bezoekers 13 fossielen en wannabe's op het podium.
Het was verschrikkelijk.
Dinosaurussen als Peter Niewint, Ivo de Wijs en Jan Boerstoel waren opgegraven om mummelend voor te dragen uit eigen perkamentrollen.

Erik van Muiswinkel liet zien dat zelfs slechte poëzie cabaret overtreft. Frank Fabian  'LichteGedachtenNicht' van Keeren en Peter 'Knipmeijer deden een homo-erotische show die ze zelf duidelijk niet leuk vonden.
Theo Danes liet merken dat talent niet per se erfelijk is. En Kees Torn zag eruit als een babyBorn na midgetporn.
Roel C. Verburg en Dorine Wiersma hadden een gitaar.
Jan Beuving was niet algebraïsch, dat wil zeggen dat de functie niet voldoet aan een veeltermvergelijking waarvan de coëfficiënten zelf veeltermen zijn.
Moet ik nog duidelijker zijn?
Frank van Pamelen en Jan J. Pieterse probeerden de boel nog een beetje aan elkaar te lullen, maar hun gebruikelijke intake kon de boel niet redden.
Voor elke liefhebber van de ware poëzie was het een opluchting te zien dat het light verse duidelijk een rochelend uitstervend ambacht is.

Het enige esthetische element waren de foto's van Ingeborg Haalboom die het visuele bewijs leveren.
Op youtube is dit treurige filmpje te zien voor wie het nog niet gelooft.


     

     

Gelukkig wist de organisatie onder valse voorwendselen dit meisje, dat toevallig langsliep met haar gitaar, binnen te lokken, zodat de middag nog een klein lichtpuntje had. Die plaatsen we wat groter, om wat bij te komen van de schrik.

 


 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Heldere taal

x004a Bert van Helder 198x300

 

Op de site van het vernieuwde Meander magazine staat een recensie van de bundel Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten van Bert van den Helder. Inge Boulonois schreef de recensie, de link staat onderaan dit bericht.
 
Nu was het plan om hier de bundel ook inhoudelijk te bespreken, maar omdat Inge dat al voortreffelijk heeft gedaan volstaan wij met wat voetnoten en zullen we rijkelijk citeren uit een bundel die dat verdient. Daar beginnen we hieronder mee, en de komende tijd zullen we zeker nog eens plukken uit deze bundel.
 
Wat meteen opvalt is de fraaie cover met de formule die door de titel daarna dunnetjes wordt onderstreept. Mooi mat wit trouwens, wij houden ervan, en stevig karton, niet van dat flubberige spul. Dat de formule bij strikte ontleding 52 jaar zou opleveren mag de pret niet drukken. Maar valt u ons gerust aan op dit punt.
 
Een bundel met een grote diversiteit aan inhoud. Gedichten die strak in de vorm zitten - zoals ook de indeling in vier afdelingen, semi-vrije verzen, ritmisch sterke gedichten en kort werk dat vooral op de punchline is gericht. Dat laatste is niet altijd het meest geslaagd, in de gedichten die de lichte toets combineren met een serieuzere toon is Van den Helder op zijn sterkst en vindt hij ook een eigen geluid.
 
Als voorbeeld van bovengenoemde ritmiek, uit 'Ganzen' met een ik die op de dijk fietst met de wind in de rug: 'het pad is lang, het pad is recht/een grote groep met grauwe ganzen/komt van achter aangevlogen/richting wordt iets afgebogen/komen in mijn baan terecht'. Niet alleen wint deze taal aan kracht door weglating, ook de subtiele verschuiving van 'komt' naar 'komen' en van de groep als eenheid naar de zich om de fietser verspreidende ganzen is beeldend. Zo ook de onvermijdelijke afloop verderop: 'daar ik zelf nooit vliegen zal/geniet ik dubbel van mijn val'. Plezierig pessi-optimisme.
 
 
Mijn tante
 
Mijn tante was zo ijdel als een pauw
haar haren wit, haar blouseje strak gestreken
wat ik moet doen nu zij reeds is bezweken?
Ze houdt niet van die donkerzware rouw.
 
Dus zonder schuldgevoel hijs ik haar gauw
in haar antieke hagelwitte trouw-
jurk. O, wat wordt ze veel bekeken
als bovenaardse engel vergeleken.
 
En na een jaar of tien dan wil die vrouw
- al komt het niet zo aan op een paar weken -
dat ik dan haar skelet opgraven zou
en dat ik al haar botten mooi zal bleken.
 
 
Bert van den Helder

Een jaar is vier kwartaal in tweeënvijftig lichte gedichten
Stichting Korreltje Zeezout, 2018
Bundel bestellen en verdere info: www.lichteverzen.nl

Recensie op Meander Magazine:

https://meandermagazine.nl/2018/12/bert-van-den-helder-een-jaar-is-vier-kwartaal-in-tweeenvijftig-lichte-gedichten/