't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het zwamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

'Zoon, hoedt u voor de Wobbelborg!
De bijtekaak, de klauwengrijp
Ontwijk de flubberkauw, ontduik
De frumpse nekkenknijp'

Hij nam zijn vorplend zwaard ter hand
Lang zocht hij naar de zwuige barg
Hij rustte loom bij de tontoboom
En stond daar, vol van kwarg

En, wijl hij daar verkwargend was,
De wobbelborg, met ogenvlam,
Kwam wif door het verstromd gewas
 En burfde toen het kwam.

En een en twee, en om en heen
Het vorplend zwaard ging snij en snoer
Het beest ging dood en met zijn hoofd
Glumpeerde hij retour

 'En is de Wobbelborg passé?
Ach strale jongen, knuf mij lang!
O, zwateldag, kadoem kallee'
Verdrogde hij, vol zwang

't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het wamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

12-09-2011 7.03 uur

De maandagmorgen start, de zon
logt lichtgeel in op het systeem
van god. Een spin deleet een mot
die zijn recente netwerk hackt
en zacht klinkt streaming audio 
de oude background vogel-sound.

Reset ik mij naast bed. De slaap
is snel gewist: ik klik hem weg.
Mijn wizard scrolt zich op zijn buik,
hij droomt zich vast de grootste
host van uitgeslapen Nederland.

Een dummy brengt de kranten rond
en mieren browsen in een struik,
ze googelen naar groene luis

als ik mijn map met schrijfwerk pak:
ik dicht en hoop maar dat ik blijf
omdat ik nog met vulpen schrijf –