Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent



't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het zwamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

'Zoon, hoedt u voor de Wobbelborg!
De bijtekaak, de klauwengrijp
Ontwijk de flubberkauw, ontduik
De frumpse nekkenknijp'

Hij nam zijn vorplend zwaard ter hand
Lang zocht hij naar de zwuige barg
Hij rustte loom bij de tontoboom
En stond daar, vol van kwarg

En, wijl hij daar verkwargend was,
De wobbelborg, met ogenvlam,
Kwam wif door het verstromd gewas
 En burfde toen het kwam.

En een en twee, en om en heen
Het vorplend zwaard ging snij en snoer
Het beest ging dood en met zijn hoofd
Glumpeerde hij retour

 'En is de Wobbelborg passé?
Ach strale jongen, knuf mij lang!
O, zwateldag, kadoem kallee'
Verdrogde hij, vol zwang

't Was brimstig en de slijtse toof
Droof gronk en glimpig in het wamp
De mimse bostels waren oof
En de maamrak uitte hamp

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Betweter

Kees was in onze stamkroeg niet geliefd
Hij snapte niks maar legde alles uit
Waardoor hij steeds de atmosfeer verpestte

Zo'n iets te hooggegrepen ijdeltuit
De bron van al zijn kennis was Het Beste
Hij zoog die halfbegrepen weetjes op

We deden soms wel eens een kleine geste
En riepen: 'Kees, verdomme hou je kop!'
Hooghartig zweeg hij dan en keek gegriefd

Ik zie hem nooit meer, maar denk vaak aan Kees
Vooral wanneer ik Harry Mulisch lees 

(De Light scheurkalender 2004) 

Koop koop koop