Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft



Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
Ik woel en draai en tel wel duizend schapen
En het leven vliedt gelijk het vlood

Straks wacht mij weer het droeve ochtendrood
Denkend aan de dood kan ik niet slapen
En niet slapend denk ik aan de dood
En het leven vliedt gelijk het vloot

Zo'n boerencamping geeft een hoop gedoe
De beesten houden me voortdurend wakker
Ik woel en draai en tel wel duizend schapen

Ik wil wel opstaan maar ik ben te moe
Het liefst wil ik een bloedbad op de akker
Denkend aan de dood kan ik niet slapen

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Tweelinggedicht

Achterom 1

Miskend door cartografen
slingert de levensader zich
door de nieuwe stad,
aan twee kanten omsloten
door de dichtgetimmerde
keerzijde van het leven

Snelweg voor driewielers en kruiwagens
Sluipweg voor dolende zielen

Hier heerst het recht van overpad
en de plicht om niet te gluren
naar de verborgen werkelijkheid

’s Winters speelt hier de wind
met het laatste blad

’s Zomers is de lucht gevuld
met braadgeur en vrolijkheid
gemaaid gras en motorgeronk
met kinderbadje en merelgezang

Hier klopt het hart van de nieuwe stad

Achterom 2

De liniaal wil rechtgetrokken straten.
Het woonerf wil zijn straten liever krom.
Dit flower-powerkind wil onder ’t mom
van speelsheid niet van rechte hoeken praten.

Waar ik als wandelaar het liefste kom
dat is de steeg met menselijke maten
waar hond en kind en fiets zijn uitgelaten;
wanneer ik kan dan ga ik achterom.

Het bord vermeldt artikel vier-zes-één,
bedoeld wordt dat ik hier niet hoor te komen,
onecht no-go-gebied in Vinexstad.

Soms zetten ze er traliewerk omheen
om criminaliteit wat in te tomen.
Teloor ging hier mijn recht van overpad.

Koop koop koop