Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Ooit zat ik op een hobbelpaard en was ik indiaan
en werd mijn achterbuurt een bos zodra ik er doorheen sloop
Mijn hoofdtooi was een stuk papier, mijn boog was een banaan
En vriend noch vijand zag me gaan als ik van steen naar steen kroop

Dan maakte ik een brandweerwagen van mijn nieuwe fiets
en bluste met onzichtbaar water niet-bestaande branden
Ik vloog naar Pluto op een kleed, in alles zat wel iets
Het sufste ding wordt waardevol in creatieve handen

Toen kwam er plotseling een dag waarop ik niet meer speelde,
en trapte tegen dat wat eens mijn speelgoed was geweest
Een dag waarop ik me niet meer vermaakte, maar verveelde
Hoe meer mijn lichaam groeide, des te kleiner werd mijn geest

Nu hang ik op de bank en tel de vlekjes op de muren
en vraag me af wat er in al die jaren is gebeurd
Wanneer ik van een kind verwerd tot één van die figuren
die net als ieder ander bang binnen de lijntjes kleurt

Waar is de jongen die als kapitein de grootste zee
met slechts een mattenklopper en zijn bed bevaren kon?
Soms, als ik in de spiegel staar, dan vaar ik met hem mee,
dat joch dat niet bevreesd was
als de nieuwe dag begon..

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Slaapwandelaar



Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik jouw stem maar hoor, val ik in slaap
Dan sta ik op en loop je achterna waar je maar gaat
tot aan dat hoge venster waar die ladder onder staat

        Ik zie je blanke boezem beschenen door de maan
        Zo heeft een oude meester je ook al eens zien staan
        Hij lijstte dat beeld voor me in

        Ook al zeg jij: dagdromerij
        Ik hoor bij jou en jij bij mij
        Mijn meisje, mijn vriendin

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Ik klim die ladder op in diepe slaap
Jouw kamer is de enige waar licht schijnt in de nacht
Jouw zachte stem vertelt me dat je boven op me wacht

        Ik zie je tere hals in de zachte maneschijn
        Daar leun je naar me over vanuit het raamkozijn
        Een toonbeeld van liefde en trouw

        Ook al zeg jij: doordraverij
        Ik hoor bij jou en jij bij mij
        Mijn minnares, mijn vrouw

        [Geluid van brekend glas]

Dan schrik ik wakker, helemaal verdwaasd
Ik bungel aan je vensterbank en overal is glas
Beneden in de diepte ligt een ladder in het gras

        Ik zie mezelf gevangen in onderbuurmans raam
        Daar gaapt mijn eigen kop me verbaasd, verbijsterd aan
        Zo gaat het nou iedere keer

        Ik hoor je stem die zegt: Mijn God
        Ik ga hier nog eens aan kapot
        Het is die stalker weer

Ik weet niet wat het is, ik ben een slaapwandelaar
Als ik je stem maar hoor, val ik in slaap…
 

Koop koop koop