Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Ooit zat ik op een hobbelpaard en was ik indiaan
en werd mijn achterbuurt een bos zodra ik er doorheen sloop
Mijn hoofdtooi was een stuk papier, mijn boog was een banaan
En vriend noch vijand zag me gaan als ik van steen naar steen kroop

Dan maakte ik een brandweerwagen van mijn nieuwe fiets
en bluste met onzichtbaar water niet-bestaande branden
Ik vloog naar Pluto op een kleed, in alles zat wel iets
Het sufste ding wordt waardevol in creatieve handen

Toen kwam er plotseling een dag waarop ik niet meer speelde,
en trapte tegen dat wat eens mijn speelgoed was geweest
Een dag waarop ik me niet meer vermaakte, maar verveelde
Hoe meer mijn lichaam groeide, des te kleiner werd mijn geest

Nu hang ik op de bank en tel de vlekjes op de muren
en vraag me af wat er in al die jaren is gebeurd
Wanneer ik van een kind verwerd tot één van die figuren
die net als ieder ander bang binnen de lijntjes kleurt

Waar is de jongen die als kapitein de grootste zee
met slechts een mattenklopper en zijn bed bevaren kon?
Soms, als ik in de spiegel staar, dan vaar ik met hem mee,
dat joch dat niet bevreesd was
als de nieuwe dag begon..

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Zwanenmeer






Een popelend toneel: een open plek,
klein meertje, blauwe lucht met grijze vlek

en faungroen gras, een stronk in mezzotint.
Ik zit allang voordat de act begint.

Daar zijn ze! Wiebelend met verenkroon,
witte tutu en pas de Basque. Hoe schoon!

Ik hou mij in, al jeukt mijn keelgat stug.
Wel foei: hij knalt er loeihard uit, de kuch.

De prima ballerina schrikt en vlucht
met rappe port de bras in ijle lucht

en in haar kielzog heel het corps. Ik klap,
sta op, waarna ik uit de wegberm stap -

Koop koop koop