Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

Ooit zat ik op een hobbelpaard en was ik indiaan
en werd mijn achterbuurt een bos zodra ik er doorheen sloop
Mijn hoofdtooi was een stuk papier, mijn boog was een banaan
En vriend noch vijand zag me gaan als ik van steen naar steen kroop

Dan maakte ik een brandweerwagen van mijn nieuwe fiets
en bluste met onzichtbaar water niet-bestaande branden
Ik vloog naar Pluto op een kleed, in alles zat wel iets
Het sufste ding wordt waardevol in creatieve handen

Toen kwam er plotseling een dag waarop ik niet meer speelde,
en trapte tegen dat wat eens mijn speelgoed was geweest
Een dag waarop ik me niet meer vermaakte, maar verveelde
Hoe meer mijn lichaam groeide, des te kleiner werd mijn geest

Nu hang ik op de bank en tel de vlekjes op de muren
en vraag me af wat er in al die jaren is gebeurd
Wanneer ik van een kind verwerd tot één van die figuren
die net als ieder ander bang binnen de lijntjes kleurt

Waar is de jongen die als kapitein de grootste zee
met slechts een mattenklopper en zijn bed bevaren kon?
Soms, als ik in de spiegel staar, dan vaar ik met hem mee,
dat joch dat niet bevreesd was
als de nieuwe dag begon..

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Tegenzet

Een antwoord op de openingszinnen van Achterbergs Ballade van de gasfitter (I) en Spel van de wilde jacht (II). Ter navolging.

In het nooit, dat nog komt, zie ik U weer.
Naar ik hoop heeft u dan wat IQ meer

Hoe ook de schikgodinnen u onthemen,
Ik zou beslist de snelste route nemen

In 't onland stond een hert zo groot als God.
Ik was zijn evenbeeld, hij schrok zich rot

We zijn erbij gaan zitten op het mos
De broertjes Adam, Little Joe en Hoss

Het najaarsgoud is uitgebroken tegen
En heeft daarvan dit braakgebrek gekregen

Het cyclotron heeft ons atoom gespleten.
Maar een vergoeding kunnen we vergeten

II

De mens is voor een tijd de plaats van God
Die door Diens leefstijl nogal snel verkrot

De streek gaat liggen in het blauw vandaag
Kwajongen zit er niet mee in zijn maag

Nu gij geen ander wezen hebben kunt
Zet ik graag achter uw bestaan een punt

't Woord heeft het eerste en het laatste woord
Daartussen wordt alleen mijn vrouw gehoord

Een hemel uit de tijd der romantiek
In goede staat, een koopje: honderd piek

Uit verre aanvang met u
En met uw geest; dit was het voor nu!

Koop koop koop