Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ik wacht tot mijn vriendin weer bij mij op de stoep zal staan
Het was nog middag toen wij zwijgend in de kamer stonden
Ik lig in bed, ik lees een strip, mijn leeslamp die staat aan
Ik tel al sinds het twaalf uur is geworden de seconden
Ze vroeg me, is er iets, ik zei, wat zou er moeten zijn dan?
en hoopte dat zij zeggen zou wat ik niet had gezegd
Ze lachte en ik lachte terug, daar had het alle schijn van,
Ze wierp me nog een handkus toe, ik dacht: ze meent het echt

Ze duwt me van zich af wanneer de wereld aan haar trekt
en houdt me vast zodra diezelfde wereld haar laat vallen
Ik doe precies hetzelfde, alles aan ons huisje lekt
Een lijden lijd je nooit alleen, je deelt het met z'n allen

Ze heeft me net gebeld, ze neemt vannacht de laatste trein
Ik antwoord alsof ik gezond heb tussen zonnebloemen
Mijn god, wat ga ik ver om niet alleen te hoeven zijn,
Of is dat wat de mensen, als het goed gaat, liefde noemen?
Nee, liefde is een dier, onzichtbaar groeiend langs een meetlat,
En pas als het volgroeid is toont het zich als leeuw of schaap
We moeten praten, zou ik moeten zeggen, maar ik weet dat
als zij in bed kruipt en me kust, ik doe alsof ik slaap

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Verdwenen weelde



Een kaler aarde, boom- en waterloos, bestaat er niet.
Gelijk de leegte die in nevels voor mijn ogen hangt
en mijn verharde hart beroert dat mateloos verlangt
naar wilde weidebloemen, het bepluimde oeverriet.

Dat keienpaadje naar de witte woning aan het spoor
-waar wilde wingerd zich had vastgebeten rond de eik-
is weggevaagd. Er komt een multiculti woonerfwijk
te bouwen op het liefste dat ik uit het oog verloor.

Koop koop koop