Ik wacht tot mijn vriendin weer bij mij op de stoep zal staan
Het was nog middag toen wij zwijgend in de kamer stonden
Ik lig in bed, ik lees een strip, mijn leeslamp die staat aan
Ik tel al sinds het twaalf uur is geworden de seconden
Ze vroeg me, is er iets, ik zei, wat zou er moeten zijn dan?
en hoopte dat zij zeggen zou wat ik niet had gezegd
Ze lachte en ik lachte terug, daar had het alle schijn van,
Ze wierp me nog een handkus toe, ik dacht: ze meent het echt

Ze duwt me van zich af wanneer de wereld aan haar trekt
en houdt me vast zodra diezelfde wereld haar laat vallen
Ik doe precies hetzelfde, alles aan ons huisje lekt
Een lijden lijd je nooit alleen, je deelt het met z'n allen

Ze heeft me net gebeld, ze neemt vannacht de laatste trein
Ik antwoord alsof ik gezond heb tussen zonnebloemen
Mijn god, wat ga ik ver om niet alleen te hoeven zijn,
Of is dat wat de mensen, als het goed gaat, liefde noemen?
Nee, liefde is een dier, onzichtbaar groeiend langs een meetlat,
En pas als het volgroeid is toont het zich als leeuw of schaap
We moeten praten, zou ik moeten zeggen, maar ik weet dat
als zij in bed kruipt en me kust, ik doe alsof ik slaap

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

De vos en de raaf

raaf

kijk, daar loopt vos. zijn naam is rein.
vos is nog jong, niet groot en niet klein.
en daar is raaf. ze zit in de boom.
raaf heet an. ze is slim en niet sloom.
 
rein heeft een stuk brood in zijn bek.
an ziet het brood. En zij krijgt trek.
dat brood is voor mij, denkt an.
gauw maakt ze een heel slim plan.
 
wat ben je lief, rein. wil je een zoen?
je bent zo leuk. mag ik het doen?
rein denkt niet goed na. en zegt, ja.
an roept, hiep hiep hiep, kra kra.
 
an pikt rein hard in zijn snuit.
hij roept, au! het brood valt er uit.
an vliegt vlug weg met het brood.
rein is boos. en hij schaamt zich dood.
 
Mijn eerste rijm, ik zat al in klas 2
Op weg naar FORUMGOD van het VV