Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ik ga er ’s avonds stiekem even kijken
De bedjes staan zo knusjes naast mekaar
Het kamertje is al sinds maanden klaar
Of ik dat ook ben, zal nog moeten blijken

Als ik hun buikhuis daarna in mag strijken
Voel ik zijn voetjes en de bibs van haar
Zij is een zeepaard, hij een tuimelaar
Zal één van hen een beetje op me lijken?

De angst die mij soms uit mijn dromen houdt
Is dat ik zometeen voor spek en bonen
Hooguit beschuiten smeer voor het bezoek

Die luiers, dat gaat vast en zeker fout
Gelukkig kan mijn vrouw al goed verschonen
Want ik doe het van spanning in mijn broek

 

Nummer 2 in de autobiografische sonnettenwedstrijd.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

IM Gerrit Komrij

Tot wie zal ik mij wenden op die dag
als men jou begraaft? Tot de godvergeten
Schikgodinnen met hun verkrampte meten
en knippen van je levensdraad? Ik mag
niet het zwaard zijn dat in een sterrenslag
om je terugkomst, banen van planeten
verstoort. En jij? Jij zult geen hartenkreten
meer horen bij het halfstok van de vlag.
Zo’n lage, sublieme wreedaardigheid
moet haast wel door een god worden bedreven
een wrede afgunstige god die, Tijd
projecterend op hun kwetsbare streven,
het aardse bestaan van de mens benijdt
en daarom Gerrit, verlies jij je leven