Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Ik woonde aan zo’n middenklasseplein
Zo’n plek waar oudjes stiekem naar je gluren
De huizen zijn niet groot, maar ook niet klein
Met naast me van die doodgewone buren
Geen partyanimals maar ook geen zure
Een biertje, goed, maar dan wel uit een glas
Zo’n mensen die hun eigen friet frituren
De buurt is echter niet meer wat ze was
 
Mijn overbuurman met zijn meesterbrein
Besloot zijn huis aan Polen te verhuren
En dat moest uiteraard winstgevend zijn
Na weken breken, slopen, bouwen, schuren
Had het een aantal nieuwe binnenmuren
Twaalf kamers en een vijf bij vijf terras
Een douche en keuken zo uit de brochure
De buurt is zeker niet meer wat ze was
 
Nu gluur ik zelf van achter het gordijn
Naar twaalf werkkledingdragende figuren
Hun haar is kort, hun kaak een strakke lijn
Ze werken op een dag wel dertig uren
En hun verblijf zal zeven weken duren
Drie staan dan weer in Warschau voor de klas
Een ander wordt weer dokter in Masuren
Dan is de buurt niet langer wat ze was
 
O waardig Polen, blijf uw Polen sturen
Want zie, ik woon nu aan een plein met class
Zo’n dokter geeft de wijk wat meer allure
De buurt is stukken beter dan ze was



Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

De kratfuit


(Illustratie Jaap van den Born)

De kratfuit floppert in zijn blootje
of zo u wilt: zijn nakie),
dan zie je dus het hele zootje
(en ik zeg niet: het zakie).

Maar wat is nu zo onverwacht
(tenminste, toch voor mij),
hij heeft er wel een stuk of acht
(van voren, op een rij).

Hij noemt ze zelf zijn flopgestel
(dus floppert hij ermee)
Ze zitten nooit eens in de knel
(ook niet in de puree).

Wat zeg je nu? Bah, dat is vies?
(zo'n kratfuit zonder broek)
Integendeel, hij is heel kies!
(al is zijn broek dan zoek)

Met wandelstok en vlinderstrik
(zo gaat hij steeds op pad),
met milde blik, galante knik
en blóót! (het is me wat...)



Koop koop koop