Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ik worstel me een doorgang naar de hekken
De kinderen gaan moeizaam aan de kant
Het gonst, de drukte hier is van de gekke
De moeders om me heen staan blij te kwekken
Mijn verse kleurplaat klem ik in mijn want 

Er is iets met de stoomboot aan de hand
Mijn buurvrouw heeft wat speculaas te snacken
Het urenlange wachten schept een band
Maar dan, Hoera, hij is weer in het land!
Waarna we allemaal naar huis vertrekken
 
Daar sta ik bij de intocht van de Sint
Het is de natte droom van ieder kind
Maar ik kan enkel en alleen maar denken
Dat ik het op tv veel leuker vind

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Onuitgesproken

Ik wacht tot mijn vriendin weer bij mij op de stoep zal staan
Het was nog middag toen wij zwijgend in de kamer stonden
Ik lig in bed, ik lees een strip, mijn leeslamp die staat aan
Ik tel al sinds het twaalf uur is geworden de seconden
Ze vroeg me, is er iets, ik zei, wat zou er moeten zijn dan?
en hoopte dat zij zeggen zou wat ik niet had gezegd
Ze lachte en ik lachte terug, daar had het alle schijn van,
Ze wierp me nog een handkus toe, ik dacht: ze meent het echt

Ze duwt me van zich af wanneer de wereld aan haar trekt
en houdt me vast zodra diezelfde wereld haar laat vallen
Ik doe precies hetzelfde, alles aan ons huisje lekt
Een lijden lijd je nooit alleen, je deelt het met z'n allen

Ze heeft me net gebeld, ze neemt vannacht de laatste trein
Ik antwoord alsof ik gezond heb tussen zonnebloemen
Mijn god, wat ga ik ver om niet alleen te hoeven zijn,
Of is dat wat de mensen, als het goed gaat, liefde noemen?
Nee, liefde is een dier, onzichtbaar groeiend langs een meetlat,
En pas als het volgroeid is toont het zich als leeuw of schaap
We moeten praten, zou ik moeten zeggen, maar ik weet dat
als zij in bed kruipt en me kust, ik doe alsof ik slaap