Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent





Derde dinsdag van september

Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En voor de ochtend van haar bloei vergaan

Ik ween om bloedjes die op ongewroken
En hulpeloze arme bloempjes staan

Men roept wel dat m’n in de knop gedoken
Geknakte bloem, geen grond is voor een traan

En dat een nieuwe tijd is aangebroken
Waarin men mietjes zoals mij zal slaan

De woede van het volk is snel ontstoken
En voor de ochlocraat* breekt nu ruim baan

En net heeft onze Majesteit gesproken
(En droomde zuchtend van háár bloeitijd, aan

De tijd van warmte in haar kille knoken)
Ach, hoe dan ook zal het mij slecht vergaan 


*volksmenner



Ik vang de laatste tijd onderdrukt gemopper op, dat die Angelsaksiche versvormen niets voorstellen en veel te weinig een beroep doen op het ongelooflijk diepe denkvermogen van de hoogbegaafde Nederlandse plezierdichters. Om maar te zwijgen van de plezierdichteressen.
Hier dus maar een Britse breinbreker om de tanden op stuk te bijten; de pleiade.
De pleiade is bedacht door de Britse schrijfster en dichteres Vera Rich. De vorm ontleent zijn naam aan het zevengesternte in het sterrenbeeld Stier en bevat zeven coupletten.
De eerste twee regels worden in de volgende coupletten herhaald op de manier als in het voorbeeld, ze blijven dus op hun plaats. Elke regel is een jambische pentameter, dus de herhalingen hebben respectievelijk 4, 4, 2, 4, 4 en 2 lettergrepen.
Dat is alles.
Wie het zich minder moeilijk wil maken dan ik gedaan heb, zorgt ervoor dat de afbrekingen niet midden in een woord vallen, maar het leek me aardig, als extra handicap, uit te gaan van  bekende dichtregels in het openingscouplet. Dat maakt deze vorm een stuk spannender.
Het is dus geen voorschrift, maar de vorige vormen waren zo makkelijk dat ik een extra uitdaging wel wenselijk vond. 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Denkend aan de dood



Het einde komt met rasse schreden nader,
We scheren langs de randen van de zeis,
Heins holle ogen schieten vuur en ijs:
Hier helpt geen moederlief of onzevader.

Hoe zal ik gaan? Een breukje in een ader;
Een ruzie over godsdienstonderwijs;
Een liquidatie voor een bodemprijs
Bij confrontatie met een doodseskader?

Het hart klopt nog, mijn ogen zijn nog open,
Ik stel mijn laatste adem even uit
En denk dat ik vandaag nog niet crepeer.

’t Is niet de dood waarvoor ik weg wil lopen:
Het einde is een levenslang besluit
Maar waarom sterft een mens toch duizend keer?

Koop koop koop