Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

 

Englyn

 

Een zwoele dag vandaag, een koele slak                             lusg

Te vroeg? Niet eens een vraag                                              draws

O, glij terug! Ga; ijl traag!                                                      groes

Krijg koelte; hijg. In de haag                                                 sain

 

 

Dit is een englyn unodle union, althans, dat hoop ik, de voorschriften zijn tegenstrijdig: volgens sommigen moet regel 1 regel 2 zijn of zelfs regel 1 en 2 regel 3 en 4 en is dit een englyn unodle crwca.

In Versvormen zul je vergeefs zoeken naar de englyn en andere vormen van Keltische poëzie, vermoedelijk omdat het gebaseerd is op lettergrepen tellen en niet op metrum.

Over lettergrepen tellen heb ik vorige week al smalende opmerkingen gemaakt en ook E. O. Parrott moet er niks van hebben; die besteedt er dezelfde onwelwillende aandacht aan als Drs. P aan de haiku in Versvormen, in zijn How to be well-versed in poetry in een apart hoofdstukje met de haiku en de  cinqain en twee englyns, waaronder niet voor niets deze van V. Ernest Cox:

 

O Lord, send me thirty syllables please,

In handy lots of ten,

Six, seven and seven – then,

Rhyme lines two, three, four. Amen.

 

Maar Parrott doet hier de Keltische poëzie niet helemaal recht zoals jullie tot je schrik zult bemerken, want dit wordt een pittige.

Ernest Cox trouwens ook niet, want alle regels moeten in de englynvorm die hij hanteert (zoals je ziet dezelfde als ik) hetzelfde  rijm op de zevende lettergreep hebben ( de zesde in regel 2, die een lettergreep minder heeft), ook in regel 1; en de derde lettergreep in regel 2 moet eigenlijk allitereren of assoneren met het laatste woord van regel 1.


In feite is de Keltische poëzie van Ierland en Wales zo godsgruwelijk gecompliceerd en moeilijk dat het ondoenlijk is in het Engels of Nederlands, zodat de vormen die je tegenkomt op Engelstalige sites hieraan gewijd, alleen het regelaantal, het rijmschema en het lettergrepenaantal overnemen.

 

En wat dat betreft: het Keltisch is een ritmische taal en het vormt dus geen excuus het in een andere taal maar weg te laten.

Je vindt op Engelse sites veel rommel van lieden die interessant willen doen (“Kijk! Ik kan helemaal tot tien  tellen en maak zo écht oud-Keltische poëzie!”) maar ook te pruimen werk van mensen die snappen dat je zelf ook metrum kunt aanbrengen en met rijm en vorm iets leesbaars tot stand kunt brengen.

De Keltisch poëzie is al heel oud en het vergde jaren van oefening voor je je in de tijd van Asterix en Obelix bard mocht noemen en nog meer om je file te mogen noemen, die nog een stapje hoger stond op de magische ladder die poëzie toen nog was.

De Ierse en Welshe poëzie vertonen veel overeenkomsten, het belangrijkste verschil is dat in de Ierse poëzie alle vormen cyclisch zijn: elk gedicht begint en eindigt met hetzelfde woord, het zijn allemaal retours.

 

Wales kent 24 traditionele versvormen, verdeelt in Awdl (odes, 12 vormen), Cywyyddau (populaire poëzie, 4 vormen) en Englyns (8 vormen); die laatste werden gebruikt om belangrijke personen te eren of te beschimpen en dat ik daar een van als voorbeeld gebruik is geen toeval: die bestaat uit maar 3 of 4 regels.

Wat de Keltische poëzie ondoenlijk maakt is de eis dat elke regel een vorm van Cynghanedd moet bevatten.

 

Wat Cynghanedd (wel vertaald als Harmonie) is, moet ik hier proberen duidelijk te maken en er steekt nu een lichte hoofdpijn bij me op terwijl ik wijs probeer te worden uit elkaar verhit tegensprekende bronnen die elkaar beschimpen in woorden met verschrikkelijk veel klinkers die achter elkaar staan.

Ik probeer het zo simpel mogelijk, dus alsjeblieft geen ingezonden brieven van kenners, dit heeft me al doorwaakte nachten gekost:

 

Er zijn vier soorten Cynghanedd:

C. groes

C. draws

C. sain

C. lusg

 

en in mijn voorbeeld heb ik aangegeven in welke regel die optreedt.

 

Cynghanedd groes:

 

In de zin treedt een caesuur op en de klinkers van de eerste helft van de zin komen in dezelfde volgorde terug in de tweede helft.

De eerste helft en de tweede eindigen met een beklemtoonde lettergreep.

In mijn voorbeeld: gltrg/gltrg en rúg/ tráág

 

Cynchanedd draws:

 

De laatste beklemtoonde lettergreep in de eerste helft heeft dezelfde klinkers in dezelfde volgorde als de laatste beklemtoonde lettergreep van de tweede helft.

In mijn voorbeeld: vrg/vrg - vroeg/vraag

 

(Volgens anderen hetzelfde als groes, met het verschil dat ook andere klinkers mogen meedoen, mits de volgorde van de herhaalde klinkers gelijk blijft, in beide gevallen klopt mijn voorbeeld: tvrg/ntsvrg)

 

Cynghanedd sain:

 

Er treedt tweemaal een caesuur op, die de regel in drieën verdeelt. De eerste twee gedeelten worden verbonden door rijm (in mijn voorbeeld: krijg/hijg). Het tweede en derde deel worden verbonden door draws of groes in het laatst beklemtoonde woord in het tweede deel en  het laatst beklemtoonde woord in het  derde deel.

In mijn voorbeeld: hijg/haag

 

Cynhanedd lusg:

 

De meest beklemtoonde lettergreep voor de caesuur rijmt op de meest beklemtoonde lettergreep na de caesuur  (volgens anderen rijmt de laatste lettergreep voor de caesuur op de voorlaatste lettergreep tweede helft)

In mijn voorbeeld: zwoele/koele

 

Dit is al erg genoeg, maar besef dat in mijn voorbeeld ook nog rekening gehouden moest worden met het aantal lettergrepen (10/6/7/7) en het al eerder genoemde rijmschema : bedenk dat in regel 1 al niet alleen twee rijmwoorden moesten voorkomen door de Cynghanedd lusg, maar de zesde lettergreep ook moest rijmen op de zesde van de volgende (Jawel, ik zei eerst de zevende, maar de bronnen zijn niet eenduidig).

Afijn, ik mag mijzelf op de borst kloppen: dit is de eerste (en waarschijnlijk laatste) wellicht correcte, als ik het allemaal goed begrepen heb, englyn unodle union ooit in het Nederlands geschreven.

Of de eerste englyn unodle crwca natuurlijk.

Volgende week de Hir a Thoddaid, een awdl.

Dat wordt genieten geblazen, maar eerst een aspirientje.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Cursus Japanse filosofie. Les 1


Honen (1113-1212)

 

 

Heilige Drie-eenheid

 

Ach jongens toch, doe nou maar heel gewoon

Dat moeilijke, dat hoeft van Boeddha niet

Gewoon drie woorden even hardop zeggen

 

Dat zweverig gedoe zegt hem geen biet

Niks diepdoordacht naar Zin en Waarheid dreggen:

Drie woordjes leer je simpel uit je hoofd

 

Die godsdienst is ook simpel uit te leggen

Je zegt 'Amida-Boeddha zij geloofd'

Of mompelt het op een verveelde toon

 

Dat is dus voor het Heil de hele Weg

Alleen wanneer je stom bent heb je pech

 

 (Met het stuk van Paul Ilegems gisteren is ongemerkt de Japanse week ingeluid van Het vrije vers, als klein blijk van solidariteit met dit zwaar getroffen land.Stuur je gedichten met Japan als onderwerp op naar het forum)

Honen stichtte de 'School van het Reine Land'

De Amida-Boeddha , de tot god getranscendeerde Boeddha, zou beloofd hebben dat ieder die zijn naam zou zeggen het Reine Land (een soort hemel waar je je kon volmaken tot de boeddha-natuur bereikt was) zou binnengaan.

Deze 'makkelijke Weg' contrasteert nogal met de moeizame inspanningen van andere stromingen en is gebaseerd op geloof, niet op verdienste of menselijke deugd en toont zo trekjes van calvinisme.

Koop koop koop