Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Een dagje weg
Remko Koplamp

‘t Is zeven uur, we staan vandaag vroeg op
We gaan gezellig naar het plaatsje Schagen
Zo’n dagje uit, dat doen we wel eens meer
En daar we ook mijn schoonmama mee vragen
Plan ik na ieder drie kwartier een stop
’t Is anders te vermoeiend in één keer

Het is wellicht voor haar de laatste keer
Haar hoge leeftijd speelt al aardig op
Hoe lang nog? pleegt ze aldoor maar te vragen
Het antwoord hoort ze dikwijls niet eens meer
Maar goed, ons einddoel is vanmiddag Schagen
Met in het dorpje Bennebroek een stop

Ik denk verbaasd nog na die eerste stop
Het gaat wel heel voorspoedig deze keer
Tot oma roept: ‘ik hou het niet meer op’
En zij om het toilet begint te vragen
‘Oh, jongens, toe nou, vlug, ik kan niet meer
Ik kan beslist niet wachten tot in Schagen’

Het is nog één uur rijden tot aan Schagen
Dus hou ik bij een tankstation maar stop
Op dat moment gaat plots mijn vrouw te keer
Onze Tom Tom houdt er subiet mee op
Ik dien dus vanaf nu de weg te vragen
Die pompbediende weet waarschijnlijk meer

‘U moet rechtsaf en dan voorbij het meer
En dan linksaf, daar staat een bord met: Schagen
Alleen, die kant moet u nu net niet op
Want anders rijdt u mooi tegen de keer
U dient naar links tot aan 't verkeersbord: STOP
En daarvandaan moet u maar verder vragen’

‘Zo duidelijk, meneer, heeft u nog vragen?’
‘Nee, nee,’ ik luister al een tijd niet meer
Langzamerhand krijg ik genoeg van Schagen
En na zo’n twintig malen halt en stop
Met de verkeerde uitleg keer op keer
Is mijn geduld ten langen leste op

Ik ben het zat en hou dus op met vragen
Naar Schagen wil ik überhaupt niet meer
Ik stop ermee; ik keer, ik keer, ik keer!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Boekbespreking



Voetbal. Stomme sport.
Trouwens, dat geldt voor elke teamsport: samenwerken, bah.
Jullie begrijpen mijn aarzeling toen Daan de Ligt een bundel uitbracht, voornamelijk gewijd aan een - ook nog eens Haags - voetbalclubje en fietsen en nog zo wat.
Maar toen ik het uithad merkte ik tot mijn verrassing een bijna onbedwingbare neiging me aan te melden bij de plaatselijke Christelijke Voetbalvereniging Oranje Blauw of het filiaal van Ons Eibernest, zo vals en verraderlijk meeslepend was het geschreven.

Alle mogelijke versvormen buitelden voorbij, zonder storende haperingen, vast in de vorm*, vol spitsvondige vondsten en onverwachte gezichtspunten.
Dat de schrijver niet alleen een scherp  observator is, die ondanks een heel leven krantenlezen een kinderlijke en onbevangen  kijk heeft weten te bewaren die door zijn laconieke spot heenklinkt, maar ook echt en intens van onze taal houdt, spat van de bladzijden.

De onbekende opmaker van het boekje mag trouwens ook wel in het zonnetje gezet: dit is hoe een bundel met plezierdichten (het woord is hier meer dan op zijn plaats) er uit hoort te zien. De typografie speelt een belangrijke rol in het geheel en er staan ook nog eens gekleurde plaatjes in.
Dikwijls bekroop me het gevoel een nieuw werk van die betreurde, andere onbetwiste meester Driek van Wissen te lezen, maar dan een Driek in sporttenue die de drank had afgezworen.
Eerlijk gezegd vond ik deze bundel van Daan de Ligt nog beter dan wat als zijn laatste werk was aangekondigd en als ik niet zo de pest had aan loftuitingen zou ik hier nog lang over door kunnen gaan.
Het boek vormt in feite een krachtig pleidooi voor de invoering van een (vooruit; verlichte) dictatuur in ons land die de prosodie tot verplichte leerstof maakt, zodat de lezer, misleid door de schijnbaar achteloos neergepende regels, ziet welke virtuositeit hierachter schuilgaat.
In deze bundel zie je pas wat de vorm vermag in handen van een échte vent.

Een voorbeeld dat, naar ik begrijp redelijk actueel is:

City-Pier-City

geweldig deze loop, wat een decor
dus waarom zou ik al mijn krachten slopen
door als een haas zo haastig te gaan lopen
ik heb de tijd, gaat u maar rustig voor

verwacht van mij geen spetterend record
ik ben geen zwarte parel uit de tropen
maar tegenvoeter van de antilopen
mijn loopbaan zit volhardend op dood spoor

mijn Adidassen kleven aan de vloer
dit is een stad om langzaam te genieten
van Boulevard, de Pier en Haagse Tieten
de schoonheid van een typisch Haags parcours

en niemand die mij maant om op te schieten
ik finish met het openbaar vervoer

De bundel Gedichten uit de bezemwagen is hier te bestellen: http://daandeligt.blogse.nl/

* Nou ja, op pagina 79 in regel 2 even met een fijn pennetje van ‘verzuring’’verzuringen’ maken om de dactylus kloppend te krijgen. Bij volmaaktheid valt zo’n smetje opeens erg op.

Koop koop koop