Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Dichters, we lezen ze met droge ogen:
Een Vegter, Nolens, Benders, Oosterhoff.
Waar zijn de tijden van het hartebloed?
De zielepijn, de traan en dat soort werk.
Waar de gezangen van het mededogen?
Verweij, Van Deyssel, Gorter, Kloos of Perk?
De litanieën, waar? Voorbij. Voorgoed.
Een zakdoek vangt vandaag nog enkel stof.

Het bloed werd gruis. De tranen werden glas.
Verlies en stukgaan voelt nu tweedehands.
Het leed werd leed van bordkarton. Te koop.
Deels nog als dagboeksmart. Van droefenis
Kwam grimas , gil en wrede pijn. En masse
Verdoezelt men nu weemoed en gemis.
Per stuk, zoals je wil. Azijn werd stroop.
En Pfeijffer: Dichter nu des Vaderlands.

De dichter, heden, is een zonderling
Die weeklaagt in een martelend gekrijs.
Hij hangt de paljas uit voor zijn publiek
En speelt voor praktiserend psychiater.
Wat blijft: bezetenheid om één, één ding
Terwijl hij lamenteert in het theater.
De wonden die hij likt. En de muziek
Die klinkt bij het aanvaarden van een prijs.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Een jaar geleden al weer



Als welkom voor de vluchtelingen  en ter overpeinzing vandaag aandacht voor het Syrische light verse.
De Syrische dichter Aboe l-Alaa al Ma'arri verwierf faam in de elfde eeuw met zijn streng-metrische gedichten, vol woordspelingen, waarin hij het zichzelf extra moeilijk maakte met dubbelrijm. Hij gaf zijn hoofdwerk dan ook hierom de titel, die het motto van alle plezierdichters is: Uit vrije dwang.
Geen wonder dat moslimextremisten in 2008 zijn standbeeld in zijn geboorteplaats Ma'arri opbliezen.




Koran of Evangelie of Thora:
Die leugenhandel leer je van je pa
Het gaat maar door; waar blijft de generatie
Die ópstaat, fier de waarheid achterna?



De joden, moslims, christenen, zij dwalen
Twee mensensoorten laten zich bepalen
De denkers, die niet malen om geloof
En diepgelovigen, die énkel malen

(Vertaling Jaap van den Born en Pieter Smoor)







Koop koop koop