Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Omdat light verse lééft

 

Bewaar me voor de helderheid der dingen
Het schone hemd, de reidans en de zon
Twee regels waarmee Komrij ooit begon
Die zeker ook met Tilburg samenhingen

Want iemand met twee doodgewone kijkers
En met een alledaagse doorsnee neus
Herkent en ruikt van ver die kruikenzeikers

Maar om me aan een hekeldicht te wagen
Dat vind ik hier een te basale keus
En bovendien valt elders meer te klagen

De moeder aller steden in ’t onfrisse
De schuilplaats voor de allergrootste kneus
Heet zonder twijfel, slik, zucht: Spijkenisse

Zucht, Spijkenisse, bewaar me voor de hel!

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Op hoop van zegen (Perzischkwatrijnkransje)



Door Godsgeloof en onderdanigheid
Was Kniertje tot het allerergst bereid
Wie geeft haar laatste kind nou aan de zee
Zelf had ze geen benul van klassenstrijd

Ze douwde hem nog zilver in z’n oren
Maar Barend wilde van geen zeereis horen
Hij wou niet met de Hoop van Zegen mee
De bangerd had zijn leven al verloren

De storm sloeg half de haven naar de donder
Het dorp bad stil en hoopte op een wonder
Een lijk spoelt aan: de vis wordt duur betaald
De Hoop van Zegen werd tot wrakke vlonder

De reder die zijn centen zat te tellen
Werd mens door met de waterschout te bellen
De vissersvloot ging naar de ratsmodee
Daar had het dorp nog heel wat mee te stellen

Wie geeft haar laatste kind nou aan de zee
Hij wou niet met de Hoop van Zegen mee
Een lijk spoelt aan: de vis wordt duur betaald
De vissersvloot ging naar de ratsmodee

Koop koop koop