Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft




Pas zeven en ik liet me al verleiden
tot eerste stappen op het brede pad
Ik zocht, al wist ik toen bij god niet wat
en liet me stiekem naar beneden glijden

Onder de banken, benen van de meiden,
mijn reine jongensziel werd flink beklad
Ik zag bij Jannie, die ik stil aanbad,
een onderbroek. Een grote rood gebreide

En in de avondschoot, niet uitgespeeld,
naar bed gedwongen, goedenacht gekust,
heb ik zo vaak mijn handen stijf gevouwen
en plechtig vroom, als vaders evenbeeld,
gebeden. En ik zuchtte heel bewust:
'Heer laat me alstublieft met Jannie trouwen!'

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Alweer vijf jaar geleden...



Liefde is...

Met stille weerzin kijkt hij naar zijn vrouw
Die ginder in de afgrond staat te turen
Een lelijk kreng, vol nukken, grillen, kuren
Hoe blijf je zo'n serpent in godsnaam trouw?

Hij hunkert naar de dochter van de buren
En die intens naar hem - dat bleek al gauw
Maar door zijn jawoord staat hij in de kou
Die fout zal hij tot aan zijn dood bezuren

Ze draait zich even naar hem om en wenkt
Plots ziet hij het: zijn leed is snel geleden
Een simpel duwtje in de rug volstaat

Hij neemt een aanloop voor zijn wanhoopsdaad
Ze stapt opzij - daar zoeft hij naar beneden
Want liefde is... steeds weten wat hij denkt

Uit: Wat futen op een kluitje in het riet. Uitg. De Stiel, Nijmegen 2010