Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik zit op het namiddagstrand
wat moe en vadsig bij te komen.
Daar komt over het hete zand
een wezen uit zeer stoute dromen.

Een vlotte tred, een slank postuur,
een strakke broek, goudblonde haren,
een topje... ach mijn smeulend vuur
laait op en komt niet tot bedaren.

Vooral niet als met zwoele lach
zij rechtstreeks naar me toe komt lopen
en ik heel hitsig peins: oh mag
ik dan tóch op dat wonder hopen?

Ik voel me als ze voor me staat
heel opgewonden, warm en blij.
Ze zegt: ‘Wat fijn dat ik je zie…’
tegen een knul vlak achter mij.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Betweter

Kees was in onze stamkroeg niet geliefd
Hij snapte niks maar legde alles uit
Waardoor hij steeds de atmosfeer verpestte

Zo'n iets te hooggegrepen ijdeltuit
De bron van al zijn kennis was Het Beste
Hij zoog die halfbegrepen weetjes op

We deden soms wel eens een kleine geste
En riepen: 'Kees, verdomme hou je kop!'
Hooghartig zweeg hij dan en keek gegriefd

Ik zie hem nooit meer, maar denk vaak aan Kees
Vooral wanneer ik Harry Mulisch lees 

(De Light scheurkalender 2004)