Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ik zit op het namiddagstrand
wat moe en vadsig bij te komen.
Daar komt over het hete zand
een wezen uit zeer stoute dromen.

Een vlotte tred, een slank postuur,
een strakke broek, goudblonde haren,
een topje... ach mijn smeulend vuur
laait op en komt niet tot bedaren.

Vooral niet als met zwoele lach
zij rechtstreeks naar me toe komt lopen
en ik heel hitsig peins: oh mag
ik dan tóch op dat wonder hopen?

Ik voel me als ze voor me staat
heel opgewonden, warm en blij.
Ze zegt: ‘Wat fijn dat ik je zie…’
tegen een knul vlak achter mij.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

2017



Sint-Nicolaas zat treurend in een hoek
De spirit in zijn pietencorps was zoek
Hij zag een raar gezelschap bonte mannen
 
Want zwart was lelijk zwart gemaakt door zwart
 
Hij was gesloopt en oogde overspannen
De daders stonden in Het Grote Boek
Met al hun schandelijke lariekoek
Die stokers moest men naar de hel verbannen
 
Want zwart was lelijk zwart gemaakt door zwart!
 
Maar ergens, diep in zijn goedheilig hart
Vond hij de hel teveel op Dokkum lijken
Geef ze de zak en ransel met de gard
Dacht hij, of sluit ze op als slaaf, apart
Dan hebben ze ook echt wat om te zeiken