Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Als ik haar zie, voel ik een diep verlangen
ik neem haar op mijn schoot en streel haar flank
en platte buik, haar lange hals zo slank,
ik word door inspiratiestorm bevangen

Maar ach, in plaats van zinderende zangen
komt uit haar binnenste een kille klank
ze reageert met een getergd gejank
de schaamte stijgt me dan ook naar de wangen

Dan leg ik haar mistroostig in haar kist
ik heb gefaald! Ik wek haar niet tot leven
mijn onmacht valt me onvoorstelbaar zwaar

Het stemt me droef, hoewel ik al wel wist
dat wat ik met haar wil, ze niet kan geven
ze is en blijft tenslotte een gitaar

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Niets (Utrechts sonnet 6)



Een vrouw telt meestal veel meer levensdagen
En schoner is beslist haar lichaamsbouw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Die ik mijn leed om onrecht toevertrouw
Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Dat mij haast dwingt te grijpen naar het touw

Ik zal mijn lot kloekmoedig moeten dragen
Want anders krijg ik thuis een fikse douw
Geen dame aan wie ik mijn nood kan klagen
Al helemaal niet aan mijn eigen vrouw

Of u gelovig, heidens bent of ietsig
Het maakt niks uit, het man-zijn is maar nietsig


De eerste twee regels zijn afkomstig van het sonnet Voor de keuze, Driek van Wissen uit de bundelEen loopje met de tijd.