Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Twee grauw geconserveerde mensenwrakken.
Als zij de beide kopjes thee inschenkt,
met laffe lauwe melk wat aangelengd,
laat zij, ontdaan van hoop, haar kinnen zakken.

Hij denkt ondanks haar smakeloze smakken
aan vroeger met een beetje nu vermengd
en glimlacht in de verte als hij denkt
aan hoe de dood hem spoedig in zal pakken.

Dan wordt hij wreed weer terug in nu gezet.
Het vals gesnerp dat hij zo zeer verfoeit,
maakt bruusk een einde aan zijn binnenpret.

“Ik zeg zo vaak: ‘Gebruik toch een servet!’
Kijk nou toch hoe je weer eens hebt geknoeid!
Dat overhemd dat heb je nog maar net!"

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Wederzijds



Steeds staren koeien in de wei
me minzaam aan wanneer ze mij
voorbij zien gaan
alsof ik diep onwetend ben
en slechts de oppervlakte ken
van hun bestaan.

En elke keer weer twijfel ik:
Is hun weemoedig wijze blik
wel wat het lijkt?
Nooit borrelt in een koeienkop
een heldere gedachte op
die mij bereikt.

’t Is wederzijds want men beschouwt
mij unaniem en vaak herkauwd
als drie keer niets.
Eén koe schokschoudert in haar vel
en loeit dan zacht: Maar hij heeft wel
een mooie fiets.