Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Hij merkt niet meer dat hij zich steeds vergist;
zijn zieke hersens zijn niet meer te spoelen.
Geen mens zal weten wat hij nog kan voelen,
hij huilt als hij weer in zijn luier pist.

Van binnen botst hij tegen vage mist,
van buiten tegen deuren, tafels, stoelen.
Hij snapt niet meer wat anderen bedoelen,
zit naast zijn levensweg als bermtoerist.

Twee jochies rennen dartel om hem heen,
behendig soepel, jong en snel ter been,
met stram en oud en dood nog onbekend.

‘Zeg jij mijn naam eens opa,’ zegt de een.
En als de oude stil blijft, klinkt meteen:
‘Wat ben jij dom! Ik weet wel wie jíj bent!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Dagjesman



Ik zit op het namiddagstrand
wat moe en vadsig bij te komen.
Daar komt over het hete zand
een wezen uit zeer stoute dromen.

Een vlotte tred, een slank postuur,
een strakke broek, goudblonde haren,
een topje... ach mijn smeulend vuur
laait op en komt niet tot bedaren.

Vooral niet als met zwoele lach
zij rechtstreeks naar me toe komt lopen
en ik heel hitsig peins: oh mag
ik dan tóch op dat wonder hopen?

Ik voel me als ze voor me staat
heel opgewonden, warm en blij.
Ze zegt: ‘Wat fijn dat ik je zie…’
tegen een knul vlak achter mij.

Bundels