Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft



Ze zitten weer bij drommen op terrassen
vaak weggedoken in hun winterjassen.
Maar ook zie ik ze zelfs in T-shirt zitten,
zo van: kijk mij eens stikken van de hitte!
De buurvrouw kom je nu weer telkens tegen
met de geijkte prietpraat over regen,
de kou en winter die nu fijn voorbij is
en dat nu iedereen een beetje blij is.

Na sms’en, chatten, gamen, mailen
gaan kuddes kleine kids weer buiten spelen;
ze schoppen ballen in je tuin en gillen
en roepen neiging op tot krachtig killen.
Je moet weer naar zo’n maffe bloemenmarkt,
je schoffelt scheldend, spit en snoeit en harkt
en graait bij plantjes zetten in de grond
voortdurend in de gore kattenstront.

Diezelfde katten zitten elke nacht
onder het raam om daar met volle kracht
bloedgeil en oorverdovend krols te mauwen
om mij dan uren uit de slaap te hou’en.
Het is bepaald te gek om los te lopen:
die jongens met de autoramen open
hun houseterreur vernielt mijn trommelvliezen,
de vullingen die trillen uit mijn kiezen.

En hierna volgen nog een maand of zes
vol barbecueën en vakantiestress.
Maar dan, dan zal goddank míjn tijd beginnen
en mag ik weer een hele tijd naar binnen.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Nog een nieuwe bundel

Er komen maar allemaal nieuwe dichtbundels uit, dus ik ben ook maar aan de slag gegaan en binnenkort verschijnt 't Is toch niet waar! een bundel over bedrog.
Hier een voorproefje uit het hoofdstuk over literair bedrog:




Image
 
Thy wit is quick and capable thy rhyme
Conversant with my heart art thou and sly
Thou giveth words where I have never spoken
  
I swear against the truth so foul a lie
For pride and reputation hath thou token
My beauty's pattern idly sold to men
 
My Spirit, qui'tly dreaming, now awoken
Cries: “Draw no lines there with thy antique pen
Sir, I forbid thee this most heinous crime!
 
Though people see thee fair and thought thee bright
Thy art is black as hell, as dark as night!”
 
                                       William Shakespeare

De 18-jarige William-Henry Ireland vervalste in 1794 een aantal Shakespeare-parafernalia om zijn vader, een fanatiek bewonderaar, voor de gek te houden.
Toen ook kenners erin bleken te trappen was er geen houden meer aan: een onafzienbare stroom notariële akten, theaterrecettes, brieven tussen koningin Elizabeth en de schrijver, liefdesbrieven (met haarlok), sonnetten en het manuscript van King Lear overspoelde Engeland.
Toen hij ook nog op de proppen kwam met een onbekend (geheel door hemzelf geschreven) toneelstuk, Vortigern and Rowena, stortten argwanende geleerden zich op hem en Shakespearekenner Edward Malone kwam met een 424 pagina's tellend boek (met 200 voetnoten) Onderzoek naar de authenticiteit van bepaalde gemengde brieven en notariële akten, waarin hij geen spaan heel liet van Williams noeste arbeid.
Hoewel diep gevallen, werd hij hierdoor toch beroemd en velen wilden graag in het bezit komen van zo'n befaamde vervalsing. Hierop begon hij een nieuwe carrière met het vervalsen van zijn vervalsingen en kwamen vele identieke, originele, valse Shakespearedocumenten in omloop

Koop koop koop