Het kleine vrouwtje pakte plots mijn hand
En trok me bij haar kermistent naar binnen
Ze zag in mij allicht een goede klant
En hoopte snel wat zakcentjes te innen

‘Zeg vrouwtje, ’ sprak ik quasinonchalant
U zult eerst mijn vertrouwen moeten winnen’
Haar ogen spuwden vuur. Ik vroeg: ‘Contant?’
Of kan ik hier in deze tent ook pinnen?’

‘Ik zie, ik zie…’ (nu moest ze wat verzinnen)
‘Ik zie u op een wit, verlaten strand
U bent een mooie vrouw aan het beminnen
‘Ik zie… dat u verschrikkelijk verbrandt!’

‘Genoeg!’, riep ik ontstemd: ‘Dit wordt te dol
Mevrouw, u heeft de zomer in uw bol!’

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

Blijvend applaus

De een verbeeldt een kapstok op toneel.
De ander smeert faecaliën op lappen
of noemt een vingerwijzing 'stil ballet'.
Het gaat om kunst dus alle mensen klappen.

Pas op, kijk uit, want kunst is er zo veel
dat er geen zuigeling aan kan ontsnappen
en ook niet aan de ongeschreven wet:
wij maken kunst, publiek, dus gij zult klappen!
 
Maar wie schrijft desgewenst nog een rondeel?
Wie is er op een copla te betrappen
of op een balladette, een sonnet?
Wie dwingt me daarmee tot geestdriftig klappen?
 
Ik las zijn werk opnieuw en kijk nu scheel,
mijn pols doet zeer, mijn schouder is ontzet:
ja Drs. P - dan blijf je klappen.


Lang geleden, toen Drs. P de Blijvend Applaus-prijs ontving, schreef Wilbert Friederichs dit gedicht.