Het vrije vers

Voor en door plezierdichters

Met Forum, Vorm én Vent

Mijn vader verloor 's winters zijn verstand.
Als 't ijs op het kanaal was te vertrouwen
Bond hij meteen mijn schoenen met wat touwen
Aan ijzers met een houten bovenkant.

Je moet verdomme glijden en niet sjouwen
Riep hij me toe, maar ik bewoog onthand
En wankelde wat rond door niemandsland,
Een trage beer met ingepakte klauwen.

Als vroeg mislukte koudefront soldaat
Besloot ik toen voorgoed te deserteren,
Zo'n ijsvloer is een bodem van verraad.

Hoewel ook warme grond me tegen staat
Sinds ik ontdekte dat men trage beren
Leert dansen op een gloeiend hete plaat.

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Forum (recent...)

Uit het archief

Drie Carrolladen



Hij dacht dat hij een eekhoorn zag
Die knaagde op een pen.
Hij keek wat beter en het bleek
Jan-Willem van der Ven.
‘Een proefrit kan altijd’, zei hij,
‘In deze Citroën.’

Hij dacht dat hij een zwabber zag
Die zweefde naar de zon.
Hij keek wat beter en het bleek
Een grieperige non.
‘Buut vrij, jij bent hem!’ brulde hij
En dook van het balkon.

Hij dacht dat hij drie beren zag
Die klunsden met een krik.
Hij keek wat beter en het bleek
Een bakker met de hik.
‘Boe!’ zei hij. ‘Drie kadetjes en
Een halve krentenmik.’

Koop koop koop