Het vrije vers

Bevrijd van vormloosheid

Omdat light verse lééft

Ze raken  niet, hun speelse twijgen,
beroeren slechts dezelfde lucht.
Doch heen en weer gaat bladgerucht,
een zomer lang zal het niet zwijgen.

In herfstig loof, hoor hoe zij zucht,
de eik ziet haar naar hem toe neigen.
Ofschoon de maanden dagen rijgen,
draagt al haar pogen nimmer vrucht.

Hoe moet zij hem toch overtuigen
- wijl winter door hun kruinen blaast -
om ook een tak naar háár te buigen?

Maar dan schenkt lente hem nieuw blad
en één ervan kust 't blad ernaast
wiens groen komt uit een ander bad!

 

Er bestaat ook een gezongen versie van dit sonnet, te beluisteren op http://veradebrauwer.punt.nl/ 


 

Log in

Gebruikersnaam en wachtwoord:

Zoeken

Forum Recent

Uit het archief

4 Staatslieden: Thorbecke (1798 – 1872)

Klassiek geschoolde steile koopmanszoon,
een stugge jongen, mager rond de kaken,
zijn geest was niet geschikt voor vader’s zaken:
hij sprak Latijn op conversatietoon.

Een reis door Duitsland was zijn studieloon,
waar Sehnsucht zijn gevoelens deed ontwaken.
Hij vond daar die Geschichte als zijn baken,
de wereld in organisches patroon.

Dat beeld van een moderne maatschappij
werd basis van zijn liberale denken
in staatscommissies en ministerraden.

Voor ’t eerst minister was ‘De Thor’ toen hij,
­– men wilde zijn programmaloosheid krenken –
pragmatisch uitriep: “Wacht op onze daden”.